ACV houdt iedere 3e woensdag van de maand haar clubavond. Van iedere bijeenkomst wordt een uitgebreid verslag gemaakt, zodanig geschreven dat u een goed beeld kunt krijgen van de avond.

Naar de verslagen van jaar 2001
Naar de verslagen van jaar 2002
Naar de verslagen van jaar 2003
Naar de verslagen van jaar 2004
Naar de verslagen van jaar 2005

Naar het verslag van februari 2006
Naar het verslag van maart 2006
Naar het verslag van april 2006
Naar het verslag van mei 2006
Naar het verslag van juni 2006
Naar het verslag van september 2006
Naar het verslag van oktober 2006
Naar het verslag van november 2006
Naar het verslag van december 2006

verslag van de ACV bijeenkomst Woensdag 20 december 2006  

Verslag audio avond Roland Neervoort

 

Vanavond hebben we een heel bijzondere “zelfbouwavond”, namelijk van mede bestuurslid en audiovriend Roland Neervoort. Roland is al jaren actief als zelfbouwer. De eerste keer dat ik naar zijn installatie luisterde zal ergens in 1998 zijn geweest. Hij draaide destijds met grotendeels zelf gebouwde componenten. De speakers waren gebaseerd op Kef units met een transmissielijn kast. Het was in die tijd een fraaie speaker waarvan het laag erg diep ging. Roland had op dat moment alweer plannen voor een nieuwe speaker. Ik werd door hem aangestoken, en ben daarop zelf ook met een eigen ontwerp begonnen. De middentoner welke wij gebruikten was dezelfde unit, een Scan-speak 17 cm carbon woofer. Roland had binnen no-time een goed luisterbare speaker neergezet. Ik ben er daarentegen mee gestopt omdat ik er niet het resultaat uit haalde wat ik van tevoren voor ogen had. Des te groter werd het respect voor het ontwerp van Roland. Ik heb immers aan den lijve ondervonden welke problemen er komen kijken bij het ontwerpen van een luidspreker. In de loop van de jaren heeft hij de luidspreker verder ontwikkeld, tot aan de speaker zoals deze vanavond voor ons staat. Een hoogtepunt in de ontwikkeling van zijn luidspreker is in mijn ogen 2002. Hij heeft toen een demo verzorgd binnen onze club waarbij hij met top apparatuur zijn luidsprekers aanstuurde. Deze demo staat binnen de club nog steeds als één van de referentie demo’s te boek. De overige apparatuur was toen ook van topniveau. Roland had zijn eigen speakers nog niet eerder zo fraai horen klinken. De eindversterkers waren van Atma-Sphere, een OTL buizen ontwerp. Het kenmerk van een OTL versterker is dat er geen transformator in de uitgang van de schakeling wordt toegepast (OTL=Output Transformer Less). Dit heeft als voordeel dat de vervorming van de transformatoren en ook de beperkte bandbreedte van de transformatoren wordt omzeild. Dit geeft een enorm levendig en open karakter. Dit stond Roland erg aan en hij zou Roland bijna niet meer zijn als hij dit niet zelf zou gaan bouwen. Zo geschiedde, en in 2005 zagen de replica Atma-Sphere MA-60 eindversterkers het levenslicht. Deze versterkers zijn technisch op een aantal punten aangepast en optisch kan Atma-Sphere er zelfs een goed voorbeeld aan nemen. Wat een schoonheden!

 

De eindversterkers.

 

Het volgende project werd een zelfbouw buizen voorversterker met ingebouwde phono versterker. Deze versterker moest in zijn geheel gebalanceerd (symmetrisch) uitgevoerd worden, inclusief de phono versterker. Deze versterker was in 2006 af. Deze set presenteert hij in zijn geheel tijdens deze demo.

 

De Maestro voorversterker.

 

Er staat een bijzonder indrukwekkende set, en alleen afgaande op het uiterlijk ben je al zeer onder de indruk zonder een noot gehoord te hebben. De cd-speler is de oude, maar nog steeds erg goed presterende Micromega Solo, en om de phono versterker te laten horen heeft hij zijn Thorens TD125 platenspeler met Benz Micro ACE element meegenomen.

Achteraf

Deze demo zou voor mij een vreemde afloop krijgen. Ik vond zelf het geluid nogal hard tijdens de demo, ondanks het zijige karakter van zijn luidsprekers, zoals Roland het altijd noemt. Dit is niet de set zoals ik hem ken. Dat gevoel bleef de gehele demo hangen, en gaf mij een onbevredigend gevoel. Deze set kan zoveel beter presteren weet ik uit ervaring. Ook in de Moriaan, want dat hebben we al eerder gehoord.

Op een later moment heb ik naar Roland zijn set geluisterd bij hem thuis. Hier heb ik vaak naar zijn installatie geluisterd, en het geluid leek erg veranderd in vergelijk met mijn eerdere ervaringen met zijn set bij Roland thuis. Ik hoorde hetzelfde als in de Moriaan: hardheid en een duf geluid met een teveel aan laag. Zeker hardheid is zijn set vreemd. Roland heeft toen de fase van de (aktief aangestuurde) woofers omgedraaid. Hiermee klonk de set als vanouds. Met veel warmte en zeker in balans. Zo kende ik de set weer. Waarschijnlijk heeft Roland in de Moriaan met dezelfde (foute) instelling gespeeld. Erg jammer, want ik weet waartoe zijn set in staat is, en vond het de avond van de demo er niet uitkomen. Ik was al bang dat de set op één of andere manier niet meer klopte, er is immers veel veranderd, met name aan de versterking. Weer later heb ik zijn voorversterker bij thuis beluisterd, en vergeleken met mijn eigen voorversterker, de BAT VK-3i. Toen bleek dat zijn versterker het heel erg goed doet, en op de meeste fronten de BAT achter zich laat.

De beschrijving hieronder is zoals ik het tijdens de demo heb ervaren. Weet dan dat dit niet de set is zoals hij nu in werkelijkheid klinkt.

Luisteren

De demo uit 2002 staat mij nog in mijn geheugen gegrift, en onwillekeurig ga je toch een vergelijking maken. Tijdens de eerste noten werd dat niet helemaal waar gemaakt. Het geluid bleef erg aan de speakers hangen en klonk vrij hard. Ook was de laagweergave nogal prominent aanwezig. Ik vond het op dat moment niet prettig om naar te luisteren. Tot aan de pauze kon het geluid me niet bekoren. De speaker (met name de middentoner) heeft van nature een donker klankkarakter. Scherpte of hardheid is dus een eigenschap die deze speaker vreemd is. Het verwonderde mij dan ook dat er een scherp klankkarakter naar voren kwam. Voornamelijk LP’s konden nogal eens gemeen hard klinken. Verklaren kon ik het niet, maar het bleef aanhouden tot de pauze. Met gemengde gevoelens en enigszins teleurgesteld ging ik dan ook de pauze in. Dit was een heel andere speaker dan waar ik eerder naar had geluisterd. De ruimte in het geluidsbeeld en openheid was weg, en had plaatsgemaakt voor hardheid. Roland vertelde dat de versterkers nog maar net aanstonden vanwege een klein defect. Mede door dit defect heeft hij het laag niet goed kunnen afstellen. Het laag wordt namelijk aktief aangestuurd, en is apart op volume in te regelen. Bovendien is de afstelling gedaan in een lege zaal. Met volle zaal wordt er erg veel midden en hoog geabsorbeerd, waardoor het laag relatief meer de overhand krijgt.

Na de pauze was het geluid toch wel een paar stappen vooruit gegaan. Het is wel vaker waargenomen in de Moriaan, maar dit verschil was behoorlijk groot. Dit verschijnsel wordt vaak toegeschreven aan de vervuiling van het net. We zitten immers vlak bij de Hoogovens. Verder stond de set natuurlijk nog maar net aan, en was voor de pauze nog relatief koud. Vooral buizenversterkers kunnen daar nogal eens last van hebben. Daarnaast had Roland het laag iets terug gedraaid, en de set was een stuk beter in balans.

Ondanks het teruggedraaide laag klinkt het nummer Crazy van Casandra Wilson (Glamoured) op CD nog steeds erg vet. Deze opname heeft wel een iets te aangezet laag, maar ook hier is het teveel van het goede. Persoonlijk vond ik het teveel aan laag de demo overheersen dat luisteren bij sommige muziek niet prettig meer is. Het is jammer dat Roland niet de tijd heeft gehad om dit wat beter af te stellen.

Een nummer van Miles Davis (Kind of Blue) klinkt erg ingetogen. Dat geeft wel een heel intieme sfeer, maar ook hier mis ik soms wat felheid. Een trompet is een “gemeen” instrument en kan heel fel klinken. Die beleving miste ik een beetje. De lage tonen overheersen wat, en daardoor wordt het hoog wat overschaduwd. Daarnaast komt het geluid niet helemaal los van de speakers. Een verzoek nummer laat hetzelfde beeld horen. Wel stelt Roland de Sub iets bij gedurende de avond, waardoor het laag wat minder overheerst en de set wat minder ingetogen gaat klinken.

Op dat moment ervaar ik de demo als een lichte teleurstelling. Natuurlijk moet dit wel in het juiste licht worden bekeken. Mijn referentie van zijn set is in 2002 gezet met topklasse apparatuur voor een bedrag waar sommige mensen een huis voor aanschaffen. In dat licht bezien is de teleurstelling natuurlijk niet representatief. Als je de verwachting vooraf weghaalt blijft er een set over die optisch zijn gelijke alleen kent in een zeer dure high-end set, en met de juiste afstelling gewoon goed presteert. Er bleef echter iets knagen. Ik heb zo vaak naar deze set geluisterd, maar er klopte iets niet deze keer. Uiteindelijk bleek er iets anders achter de achterblijvende prestatie te zitten. In dit geval een klein detail wat blijkbaar grote gevolgen kan hebben. Zoals ik de set later bij Roland heb beluisterd is zoals ik hem weer kende. Kleine zaken die dus grote gevolgen kunnen hebben. Dat is altijd het punt bij een demo in een relatief onbekende zaal voor de set. Bovendien is het niet mogelijk om alles af te stellen met publiek erbij, dus het blijft altijd een gok. In dit geval is die niet helemaal goed uitgepakt. Ondanks dat heb ik toch erg van de demo genoten. Roland, wederom bedankt voor de avond.

Gebruikte apparatuur:

·        The Voice luidsprekers

·        Orchestra OTL mono eindversterkers

·        Maestro volledig gebalanceerde buizen voorversterker met mc ingang

·        Micromega Solo cd-speler

·        Thorens TD125 draaitafel met SME 3009 improved arm

·        Benz Micro Ace mc element

Website Roland:

http://home.planet.nl/~rneervoo/

Naschrift Roland:

Mij viel het ook een beetje tegen. Door een storing aan één van de kanalen tijdens het opstellen van de set, had ik de luidspreker bekabeling weer los gehad en achteraf bleek, dat ik de fase van het laagsysteem had omgedraaid, waardoor het totale geluidsbeeld enigzins verstoord werd. Wat natuurlijk heel jammer is. T.o.v. de demo van 2002 zijn mijn eigen bronnen (CD speler en draaitafel) de zwakste schakels. Waardoor logische wijs ik het niveau van 2002 niet kon evenaren. Dat wordt nog flink sparen!

 
verslag van de ACV bijeenkomst Woensdag 15 november 2006  

Verslag Klaas Feenstra.

Introductie:

Na twee jaar mogen we weer Klaas Feenstra van Perfect Performer luidsprekers verwelkomen. Wederom heeft Klaas zijn loodzware spekstenen luidsprekers meegenomen. De grote luidspreker de SoundStone 30 wegen wel 140kg per stuk. Maar met een grote steekwagen met luchtbanden is het voor Klaas geen probleem om de zware luidsprekers op zijn plaats te zetten.

Klaas heeft mij altijd gefascineerd. Jaren geleden las ik altijd zijn luidspreker zelfbouw artikelen van HVT en de voorlopers
daarvan. Door hem ben ik toen ongeveer 20 jaar geleden serieus aan het bouwen geslagen van o.a. transmissionline luidsprekers. Naast de set heeft Klaas ook een analyzer + equalizer meegebracht. Momenteel is hij bezig met een onderzoek  naar “room-correction” om het geluidsbeeld verder te verbeteren. Klaas gelooft dat daar nog meer eer aan te behalen valt. Elke luisterruimte heeft zo zijn akoestische problemen, waardoor sommige frequenties harder klinken of andere juist achterblijven in het totale geluidsbeeld. Door middel van een meetsysteem, bestaande uit een meetmicrofoon, een analyzer en een parametrische equalizer, kan de set afgeregeld worden op de luisteromgeving.

Proef op de som:

Om aan de set te wennen wordt eerst naar een stuk muziek geluisterd via de kleine SoundStone 16.5 luidsprekers. Er wordt een evenwichtig geluidsbeeld neergezet. De set klinkt behoorlijk neutraal. De meetmicrofoon wordt vervolgens op een statief midden tussen het publiek opgesteld. Om te beginnen wordt op het linker kanaal daarna een witte ruis weergegeven. Op de frequentie-analyser is dan goed te zien waar de bergen en dalen zitten van het weergegeven geluidsspectrum. Via de equalizer wordt het geluidsbeeld op het oog zoveel mogelijk recht getrokken. Voor het rechter kanaal wordt deze meetprocedure herhaald. Via het luisteren naar een bepaald muziekstuk met en zonder de equalising, wordt het effect van het inregelen op het gehoor beoordeeld. Na het omschakelen worden flinke verschillen door de luisteraars waargenomen. De meningen liepen echter uiteen. Ik hoorde zelf duidelijk dat bepaalde frequenties er meer uit kwamen. Ik kan echter niet zeggen wat ik beter vond: met of zonder gecorrigeerd frequentie-spectrum. Meerdere muziekstukken worden op deze wijze vergeleken. Het resultaat was sterk afhankelijk van het soort muziek dat werd gedraaid. Dat is natuurlijk ook logisch, omdat elk soort stem of muziek instrument net even in een ander frequentie gebied zit. Bij het ene of bij het andere muziekstuk heb je soms meer behoefte aan toonregeling - want dat is eigenlijk wat je aan het doen bent. .

De meetsysteem.

Na de pauze:
Na de pauze worden de grote Soundstone 30 luidsprekers aangesloten en wederom ingemeten en afgeregeld. Via de analyzer zie je al dat je met andere luidsprekers te maken heb, doordat de respons er anders uitziet. De Soundstone 30  heeft sinds het vorige optreden bij onze club een kleine modificatie ondergaan. Er zit nu een spoel in het filter van de woofer, waardoor er wat meer rust in het geluidsbeeld is ontstaan. Klaas had het gevoel dat de 30 cm woofer wat te ver doorliep in het midden gebied, waardoor de wooferconus gevoelig werd voor opbreking. Bovendien onstonden er teveel reflecties in de baskast. De hogere (mid)frequenties worden nu met een rustige 6db per/octaaf afgefilterd. De Soundstone 30 is, net als de kleine SoundStone 16.5 overigens, een kritisch afgestemd reflexsysteem. Dat wil zeggen, dat de reflexpoort alleen is aangebracht om de woofer te ontlasten door werk van hem over te nemen bij de systeemresonantie (en zo vervorming te verminderen), maar dat het niet de bedoeling is om via de poort de bas versterkt weer te geven. Ook nu merk ik dat aan de goed gecontroleerde laagweergave. Kenmerk van een goede laagweergave is, dat het laag eigenlijk helemaal niet mag opvallen. En dat doen de Soundstone 30 dan ook uitstekend!

Beide SoundStone luidsprekers.

Conclusie:

Ik vraag me af of een dergelijke meting met een willekeurige microfoon wel zo zuiver is. Het maakt een enorm verschil, waar je de microfoon in de ruimte plaatst. Als de microfoon verschoven wordt, ziet de meting er ineens heel anders uit. Met het grote systeem had ik geen behoefte om te corrigeren via een equalizer. De luidsprekers klinken van nature al heel neutraal. Ik had juist eerder het gevoel dat met de equalizer het geluidsbeeld werd verstoord. Een ander nadeel is dat er weer extra elektronica in de signaalweg zit. Als je aan elektronische roomcorrection wilt doen, moet je dat met gezond verstand aanpakken. Zo eenvoudig is het namelijk niet. Je hebt met allerlei heel verschillende parameters te maken, die je goed moet kunnen doorgronden. Je hebt onder andere te maken met knopen en buiken in het weergegeven geluidspectrum in een bepaalde luisterruimte.. Het is daarom heel belangrijk waar je de meetopstelling plaatst ten opzichte van de luidsprekers. Door temperatuur verandering van de omgeving kunnen er zelfs groepslooptijd verschillen optreden tussen luidspreker units onderling. De snelheid van het geluid hangt af van de luchttemperatuur. Wat deze aspecten betreft kun je daar heel ver in gaan. Ik vond het weer een zeer leerzame avond.

Klaas bedankt!

Website van Klaas Feenstra www.Perfectperformer.nl

Uw verslaggever,

Roland Neervoort

Naschrift Klaas:

Wat de waardering van de pogingen tot room correction betreft: ja, dat
is natuurlijk een zaak van persoonlijke appreciatie! Wellicht hebben
degenen gelijk die zeggen dat je eerst moet proberen om de natuurlijke
akoestiek zoveel mogelijk moet verbeteren, en dat je elektronische
maatregelen alleen moet inzetten wanneer er met natuurlijke
maatregelen niets meer aan te verbeteren valt... en er toch nog heel
storende akoestische fenomenen overblijven: dreunen, gonzen,
flutterecho's en zo.

 
verslag van de ACV bijeenkomst Woensdag 18 oktober 2006  

Rock & Roll  door Rob Retz

Vanavond hebben we iets heel anders. Als programmeurs van de clubavonden proberen we een gevarieerd programma te bieden. Meestal draait het om apparatuur. Nu staat de muziek centraal en wat voor een muziek. Onze gast heet Rob Retz en hij is al bijna 35 jaar verzamelaar van 50-er jaren

Rock & Roll. Zijn voorkeur en passie gaan uit naar het mono tijdperk en specifiek de periode van 1954 tot 1963. Wat is er nu leuker dan die oude muziek te draaien op een installatie uit die tijd. Voor deze avond heeft ACV voor een juweeltje van een geluidsinstallatie gezorgd die precies past bij deze avond. Want ons bestuurlid Roland Neervoort nam voor ons vanavond het volgende mee:

Philips buizenversterker AG9015 uit 1959.
Philips luidsprekers AD5046 ook uit 1959.
Thorens TD160 draaitafel met TP16 arm en Philips GP412 mk III mm element uit 1974
Een Philips CD104 speler, één van de eerste series.
En alles is in orginele staat.

                                                De historische set

Rob Retz staat bij insiders bekend als een internationaal verzamelaar en heeft contacten over de hele wereld. Zo heeft hij een ruime platenverzameling waaronder zéér unieke exemplaren. Waarom kunnen platen uniek zijn, er werden toch (honderd)duizenden platen geperst? Dit werd dan wel door de grotere labels gedaan. Kleinere en/of zeer plaatselijk georiënteerde labels kwamen met honderden of enkele duizenden exemplaren op de lokale markt. In Amerika werden in die tijd de platen als de verkopen tegenvielen, niet tegen gereduceerde prijs van de hand gedaan. De platen werden door de maatschappijen ingenomen en opgeslagen in oude schuren, of ze werden gerecycled. Dit laatste omdat de grondstoffen schaars waren. Veel van die schuren brandden tijdens die jarenlange opslag af, waardoor hele collecties verloren zijn gegaan. De oorsprong van Rock & Roll werd door Rob toegelicht aan de hand van een opbouw van jaren van uitgave en ook van de stromingen die er uit zijn voortgevloeid. Rob kent 36 stromingen van R&R, maar heeft het voor deze avond beperkt gehouden tot de stromingen die vanuit de blues en country zijn ontstaan. Hij begon dan ook snel met het draaien van muziek. Heel veel muziek werd er gedraaid. Een van de redenen is dat het allemaal korte nummers zijn. In die tijd duurden de nummers tussen 1.30 min. en 2.10 min. Als een nummer héél lang was, duurde deze 2.30 min. De oorzaak daarvan was dat in die tijd de muziek in jukeboxen werd afgespeeld. Hoe korter het nummer, des te meer nummers er werden gedraaid en dus leverde de jukebox dus meer geld op. Rob vertelde tussen de nummers door ook veel over de achtergrond van de muziek die hij draaide. Ik heb een selectie gemaakt van wat er onder andere werd gedraaid en uitspraken als "dit is een juweeltje"  en "hier word ik vrolijk van" die als rode draad door de avond gingen, loodste Rob ons op zeer onspannen wijze naar het eind van de avond. Naarmate de avond vorderde begon Rob ook steeds beweeglijker te worden.

Rob opende de avond met een nummer van de LP Negro Prison Songs (± 1952) die was opgenomen door Alan Lomax. Alan was een "geluidsjager" en nam vreselijk veel op. De titel van de plaat zegt het al, dit betreft het gezang van gedetineerden tijdens hun werk, hun pikhouweel werd als ritme-instrument gebruikt. Wat direct opvalt is het gespetter. Dat is even slikken, normaal gesproken blijft zo'n kwaliteits plaat net zolang opstaan totdat ik bij de armlift ben. Rob is sinds kort de gelukkige bezittter van een goede platenreiniger, maar doordat hij als verzamelaar bijzonder omzichtig met zijn platen omgaat en hij absoluut niet wil dat de labels ook maar een beetje vochtig worden, gaat in het reinigen veel tijd zitten. Deze plaat had hij nog niet gereinigd. Ook was de kwaliteit van de opname ronduit slecht te noemen. Het was gewoon dof. Maaarr….. wat klonk het uniek. Geen gekunstelde zang, maar toch heel herkenbaar van films die deze omstandigheden uit dit tijdsbeeld geven. En dit is dus meer dan een halve eeuw oud, fantastisch. Als de plaat goed gereinigd is weet ik dat de geluidskwaliteit met stappen vooruit gaat, dan zal het helemaal een juweeltje zijn. Dit viel onder de noemer Rural blues, en was pure zwarte muziek. De blanke muziek rond die tijd was Country muziek, en dan valt al snel de naam Hank Williams.

 De Thorens draaitafel (wie kent hem niet?)  en Hank Williams.

Jazz werd veelal uitgevoerd door big bands, hiervan liet Rob een stukje horen van de LP Barrelhouse, Boogie and the Blues (± 1954) van Ella Mea Morse and Big Dave and his Orchestra. De overstap werd gemaakt naar Delta Blues, afkomstig van de delta in de staat Mississippi. De lp I'm Tore Up met muziek van 1952 tot 1958, werd op de draaitafel gelegd met een nummer van Ike Turner. Ike was zéér verdienstelijk voor de R&R, niet zozeer als muzikant, maar veel meer als talentenjager. Hij is dé ontdekker van o.a. BB King. (Dat zijn handjes erg los zaten was in die tijd geen uitzondering in o.a de Southern States, dit is niet om het goed te praten, maar meer om het tijdsbeeld weer te geven. De vrouwen waren in die tijd veel vaker het slachtoffer van de onmacht en frustratie van de man)De overstap werd gemaakt naar de rhythm & blues, nee, niet wat we nu R&B noemen, maar die muziek waarbij men een piano en/of een saxofoon gebruikt. Deze muziek werd voornamelijk tijdens feesten en partijen gemaakt of in bordelen. De reden van de laatste was dat vaak in bordelen een piano stond. (schat, ik ga vanvond even naar de hoeren, hoor…… neen natuurlijk niet, alleen voor muziek!). Amos Milburn  werd gedraaid, wat leefde deze opname, alles viel op zijn plaats. Rob kon het niet laten om toch ook nog even Big. J. McNeeley (wie kent hem niet?)  met zijn scheurende sax te laten horen. Ook hier weer, absoluut niet audiofiel, maar wat een mooie uitvoering. Rockebilly was de volgende stap, uitgevoerd door het Johnny Burnette trio. Een slappin’ bass, electrische-, en akoestische gitaar met zang "meer heb je toch niet nodig" aldus Rob. Dit klonk als The Stray Cats, maar dan rauwer en je proefde de oorsprong van deze muziek. Ook de plaat van Eddy Cochran werd afgetast, voor velen van ons toch wel een bekende, maar dit nummer weer nét even niet.

Na de pauze heeft Rob het over dj-copies, ook een verzamel-item. Dj-copies zijn platen met een hoge (pers)kwaliteit die ter promotie door de platenfirma’s aan de platendraaiers werden verstrekt om in hun radioprogramma te draaien. Het "pluggen" en de term DJ bestond toen eigenlijk nog niet. De Djcopies verschillen uiterlijk door gebruik te maken van een wit label i.p.v. de normale labelkleuren. Er zijn 4 DJ-copies in LP- vorm uitgebracht gedurende de jaren 1956-1960 en deze hebben een bijzonder hoge verzamelwaarde.

Rob vertelde ook hoe hij kromme platen rechtmaakt. Neem 2 stuks glasplaten van 6mm dik, iets groter dan een lp en zorg ervoor dat deze aan de binnenkant schoon zijn. Leg het vinyl ertussen en leg het geheel in bijvoorbeeld de huiskamer (achter glas) in de zon. Onder het gewicht van de glasplaat zal de plaat vlak gedrukt worden. Een andere methode is de oven op de laagste stand zetten en de glasplaten met de plaat 7 à 8 seconden in de oven te leggen en er daarna meteen weer uit te halen. Laat de glasplaten (in beide gevallen) nog een etmaal op elkaar liggen zodat de plaat niet alsnog weer krom gaat trekken. Rob waarschuwt er wel voor dat je deze techniek het beste kunt proberen met platen die geen (emotionele)waarde hebben. Het kan tenslotte ook mis gaan.

Rob is dus een verzamelaar met passie voor R&R muziek en draait óók de unieke platen echt i.p.v. ze alleen maar in de hoes te laten zitten en er naar te kijken, Hij wilde ACV laten genieten van "zijn " muziek, maar vertelde ook in het kort wat dat verzamelen inhoudt. Hij toonde een paar van zijn bijbels waar hij zijn informatie vandaan haalt en haalde. Het internet (E-Bay) is wat dat aangaat een zegen, want er worden platen aangeboden en verkocht voor een belachelijke lage prijs, omdat de verkopende partij geen idee heeft wat de waarde van de plaat is. Zo heeft Rob al een paar keer een plaat voor 20 dollar gekocht die minstens het 10-voudige waard is. Bij het kopen van platen beoordeeld Rob de plaat en hoes tot op wel 18 punten. Deze verschilllen per label en per tijdvak. Een paar belangrijke kenmerken van de plaat zijn: het gewicht, de kleur en opdruk van het label, het matrijsnummer en de rand van de label. Is deze er niet later opgeplakt (vervalsing). Dan de hoes, is het (g)een foto, de kwaliteit, de beschadigingen etc… Als je deze (verzamel) platen wilt kopen is het dus verstandig als je heel veel parate kennis hebt, vandaar dat Rob die dit al 35 jaar doet ook enkele miskopen heeft gedaan. Labels waar Rob helemaal "los" op is, zijn  SUN, KING, JUBILEE, LIBERTY, CROWN, en ATLANTIC.

                 Rob Retz                   Een greep uit de collectie     

Terug naar de muziek. Rob legde een plaat op de draaitafel van Buddy Holly's beginjaren. De plaat was pas uitgebracht na zijn dood. (H)eerlijk opgenomen.Carl Perkins, Roy Orbison met Rock House, Frank Virtue, en zelfs een zeer unieke, 10 inch Zuidafrikaanse persing van Elvis met Janis Martin (wie heeft deze klassieker niet in huis?) werd gedraaid.Als laatste werd nog aandacht besteedt aan de Doo-Whop.The Dubs, the Crests en Otis Williams & his Charms verzorgden de finale.

Ach, hoe kun je zo een avond met zoveel originele uitvoeringen goed afsluiten? Dat kan eigenlijk alleen maar met The Twist nee, niet van Chubby Checker, maar van de originele (de 15-jarige) Hank Ballard met de Midnighters.

Dit was echt een speciale avond met héél veel originele muziek. Genoten heb ik met volle teugen van de aparte platen en de wijze waarop Rob ons entertainde. Je merkt ook dat het geluidsbeeld van deze installatie met deze platen goed bij elkaar past en dat het samen een mooi geheel vormt. Roland, bedankt voor het meenemen van deze unieke installatie.

Namens ACV héél hartelijk bedankt, dat je met ons een stukje historie van de hedendaagse popmuziek hebt gedeeld.

 
verslag van de ACV bijeenkomst Woensdag 20 september 2006  

Demoavond Ed Kuhuwael met zijn eigen set

Binnen het bestuur hebben we het er al een poosje over dat het eens tijd wordt voor Ed Kuhuwael om een demo te geven, maar vanavond is het dan eindelijk zover en de set van Ed staat in de Moriaan.

In eerste instantie was Ed bezig met zelfbouw van met name de luidsprekers, maar dat lijkt soms een lange zoektocht te zijn om het ware te kunnen vinden. Na jaren zelf experimenteren besloot Ed toch om toch iets te kopen, dit werden uiteindelijk de zeer fraaie Diapason Adamantes Limited Edition luidsprekers. Tja en daar bleef het niet bij! Er kwam ook een nieuwe voorversterker (BAT VK-3i) en een eindversterker (Graaf GM-20).

De Graaf GM-20 OTL versterker.

Later werd de set nog verder aangevuld met een draaitafel van Nottingham Analogue, de Spacedeck, met  een Benz Micro Glider. Inmiddels is dit element en de arm ook weer vervangen, omdat de prestaties nogal bleken tegen te vallen: arm Mörch UP4 unipivot met element Dynavector DV17-D3.

De CD speler (Marantz CD17MkII) is nog het enige wat van de ‘oude’ set over is gebleven en blijft nog steeds uitstekend te voldoen. Zo staan we vanavond dan met een vrijwel nieuwe set, waarvan de meeste componenten trouwens tweedehands zijn aangeschaft. Maar Ed heeft ze wel heel zorgvuldig uitgekozen.

Ed vertelt over de draaitafel. Over hoe het lager van het plateau is verbeterd, dit is voor een draaitafel een zeer essentieel onderdeel. Ook optisch is de zaak aangepakt door de voet over te laten spuiten. Van origine heeft de voet een korrelige laklaag met wat blauwe aders er doorheen. Nu is het strak zwart geworden. Verder is er dus sinds de aanschaf een ander element (Dynavector) en de Mönch-arm op gekomen. Het blijkt erg lastig te zijn om hierbij de juiste match te vinden.

In het verhaal vertelt Ed ook dat hij nu bezig is met de akoestiek thuis. Dit is nu nog de zwakste schakel in de set en daar moet nu nodig iets mee gebeuren. Om deze reden heeft hij nog niet veel aandacht besteed aan de kabels. De akoestiek moet eerst goed zijn voordat je kunt bepalen welke kabels het best matchen.

Overzicht van de set.

Nu over naar de muziek!

Om te beginnen blijkt Ed een echte muziek liefhebber te zijn en komt er een hoop minder gangbaar materiaal voorbij, wat mij betreft staat een goede muziekkeuze al voor de helft garant voor een geslaagde avond. Het geluid is erg open en gedetailleerd en het klinkt mooi los, het lijkt af en toe of je naar breedband speakers zit te luisteren.

Er werd op een flink geluidsniveau gespeeld waarbij af en toe de grens van de set werd bereikt, de kleine luidsprekers en de 2x20 Watt zijn niet gemaakt om op disco sterkte te spelen maar dat zal in een normale woonkamer geen enkel probleem zijn. Het beste geluid was dan ook vooral op de eerste rij - maar dat is vaak zo - wat opvalt is dat de kleine speakers toch een kompleet geluidsbeeld neerzetten en dat je het onderste octaaf niet meteen mist. Dit vind ik een knappe prestatie voor het Italiaanse merk! Liefhebbers van echt diep laag zullen anders toch echt naar een veel groter systeem moeten, voor Ed is het in elk geval voldoende. Daarbij wordt aangemerkt dat diep laag vaak ook voor de nodige akoestische problemen zorgt.

Phonotrappen test

Voor deze gelegenheid zijn er twee extra Phonotrappen meegenomen om de verschillen te beluisteren:

1                     Musical surroundings Phonomena (prijs ca 900.-)

2                     Zelfbouw hybride van de Audiofabriek (bouwpakket ca 1000.-)

Uit deze test blijkt vooral dat de voorversterker en belangrijk onderdeel is van de set en dat het beslist de moeite waard is om hierin te investeren, de ingebouwde voorversterker van BAT blijkt al helemaal niet verkeerd te zijn maar wordt overtroffen door de andere twee. Na een blindtest is er middels een stemming gekozen voor de zelfbouw om daarmee verder te spelen,  dit is ook de enige VV waar nog (gedeeltelijk) buizen versterking is toegepast.

We kunnen terugkijken op een veelzijdige avond waarbij een goede set te beluisteren was en goede muziek, de vergelijkingstest en technische informatie maakt de avond dan ook erg afwisselend.

Gebruikte apparatuur:

Graaf GM-20 OTL buizen eindversterker

BAT VK3i voorversterker

Nottingham Analogue Spacedeck

Mörch UP-4 arm

Dynavector 17D2 karat MC element

Marantz CD17-MKII

Diapason Adamantes Limited Edition

Zelfbouw bekabeling puur zilver

 

Naschrift Ed:

Tijdens en na de demo waren wat opmerkingen dat de pick-up duidelijk achterbleef bij de cd-speler. Dat had ik thuis ook al waargenomen, echter vanwege de akoestiek probemen thuis had ik besloten verder te fine-tunen na aanpassing van de akoestiek.

Gezien de totale opbouw van de platenspeler zou dit theoretisch echter niet het geval mogen zijn. Samen met clublid Berend is geprobeerd na de demo het element beter af te stellen in de arm. De conclusie was dat het element niet geschikt is voor de arm. Ik ben daarop teruggegaan naar de leverancier van de Mörch arm. Hieruit kwam dezelfde conclusie. Inmiddels draait de pick-up met een ZYX element (RS-1000 Airy2), en de pick-up speelt de sterren van de hemel. De Nottingham Analogue speelt de cd-speler nu heel ver naar de achtergrond.

 
verslag van de ACV bijeenkomst Woensdag 21 juni 2006  

De eerste kennismaking  met  SACD was er een van herkenning, dat geluidsbeeld dat ken ik, dat lijkt verdacht veel op het geluid van een plaat!!. De platenspeler was i.v.m. onze jonge kinderen jaren geleden "tijdelijk opgeborgen".  Dit om te voorkomen dat een van onze telgen die super d.j.'s na gaan apen en zodoende even met mijn Dynavector-element gaan scratchen. Voor mij is het duidelijk SACD en  DVD audio moeten hun succes,  ondanks dat ze nu al jaren bestaan, nog bewijzen. Het aanbod van software is nog niet indrukwekkend en zal dat waarschijnlijk ook niet worden.  De maatschappij is veranderd, 30 jaar geleden waren er nog  veel mensen in mijn omgeving die een plaatje opzetten en daar met aandacht naar luisterden. Recentelijk heb ik nog aan mensen in mijn omgeving gevraagd of zij nog "echt " naar muziek luisteren. Buiten de audiofielen zei eigenlijk iedereen dat ze dat niet meer doen. Muziek is gedegradeerd als tijdverdrijf tijdens het reizen, en bij voorkeur op zo'n handige MP3 speler. Natuurlijk komt het ook doordat er zoveel is. Een onbeperkte keus op TV, (muziek)DVD 's en computer met internet en we gaan ook vaker naar de sportschool en natuurlijk met vakantie. Daarbij is het leven is een stuk hectischer dan vroeger.

Ondanks het bovenstaande bestaat er nog een groep mensen die wel gericht luisteren naar muziek en proberen, voor zichzelf,  de hoogst mogelijke kwaliteit te halen. Van die groep is er een groeiend aantal die het zwarte goud (her)ontdekken.  De oude plaat heet nu dus zo; het zwarte goud of vinyl.

De Pick-up heet draaitafel, door het ontbreken van RIAA correctiefilter in de huidige versterkers hebben we phonotrappen. Veelal geschikt voor het aansturen van MM als wel MC elementen.

Tot zover mijn geestelijke dwalingen over tijdsinvulling en afspeeltechnieken en over op:

Het afstellen van arm-element combinatie.

21 juni 2006, de laatste avond voor de zomervakantie, Nederland tegen Argentinië, met een opkomst in ons clubhuis die boven verwachting is. Clublid Frans is er, zoon Ralph laat het afweten, dus toch een audioliefhebber die ook naar voetbal kijkt?  Toen ik aankwam was clublid Berend al aan het opbouwen, Arie was ook al aanwezig. Berend Duinkerken, een grote kerel met handen als kolenschoppen (als dat maar goed gaat met deze fragiele apparatuur….) verzorgde de avond en kreeg de volledige ondersteuning van ACV. Berend had zijn phonotrap, versterker, bekabeling en speakers meegenomen. Arie de CD speler en zijn Van Den Hul "the Frog" element. Roland bracht de videocamera en de van Jan geleende beamer mee. Mijn draaitafel werd gebruikt voor de afsteldemo. Het moge duidelijk zijn dat alle bewegingen minutieus op het scherm te volgen waren.

Berend heeft zijn liefde voor audio gekregen tijdens zijn werk als verpleger in een psychiatrische inrichting. Hij wist nog tot in detail te vertellen uit welke componenten deze installatie van zijn collega bestond.

Zijn voorliefde voor vinyl is later gesterkt door de Aring draaitafel modificatie. Berend heeft zich ook verdiept in het afstellen van draaitafels. Zo heeft hij in de loop der jaren een grote parate kennis opgedaan over de kenmerkende verschillen tussen de diverse draaitafels, zoals het gebruik van een sub-chassis of vaste opstellingen en tussen direct drive, (multi)snaar-, of tussenroloverbrenging in de aandrijving van het plateau. Berends voorkeur gaat bij de aandrijving uit naar de snaaraandrijving omdat o.a. de snaar de rumble dempt. Veel andere onderdelen en belangrijke parameters zijn even kort besproken tijdens de introductie van de demo.

Even een korte samenvatting van wat er ondermeer is gezegd. Het uitgangspunt bij het afstellen vormt het element. Afhankelijk van de compliantie (beweeglijkheid van de naald) kies je de bijpassende arm. Kies bij een hoge compliantie bij voorkeur voor een lichte arm. Een moving magnet (MM) is beweeglijker dan een Moving Coil (MC) element. Slecht sporen is negatief voor zowel de plaat als de naald. Bij een MC element geniet zilverbekabeling de voorkeur, maar bij een MM element kan dit soms juist leiden tot een zekere ongewenste scherpte in de klank. De derailleurolie van Kroon (Halfords) is gebaseerd op teflon en dit blijkt een uitstekende olie voor de lagers van de draaitafel. Clearaudio naaldreiniger lost het vuil echt op, andere merken  - op alcohol basis - willen nog wel eens wat residu (vaste deeltjes) achter laten. Bij elementen met een holle cantilever liever geen vloeistof gebruiken: die kunnen de vloeistof opzuigen door capillaire werking van de holte. Dit kan tot beschadiging leiden van de gevoelige interne delen van het element. Dempers geven een remming op de arm waardoor er een hogere slijtage van het element optreedt. Bij een koolstof platenborstel heel zacht drukken, de fijne punten van de koolstofhaartjes moeten namelijk de gelegenheid krijgen het vuil uit de groef wippen.

Voor de aanvang van de demo waren de verbindingsschroeven tussen de headshell en het element vervangen, omdat ze te zwaar waren uitgevoerd. In het contragewicht werden er 2 dummy plaatjes verwisseld voor 2 loodplaatjes, omdat The Frog behoorlijk zwaarder bleek te zijn dan mijn huidige element.

De camera en beamer werden scherpgesteld op de draaitafel, zodat alle handelingen goed waren te volgen. Het was intussen al na de pauze en het echte afstellen kon beginnen. De arm werd op hoogte gebracht zodat de arm evenwijdig met het draaiplateau (met plaat) staat.

De fouthoek werd met door middel van een mal afgesteld ( zie fig. 1). Ook hier moet rustig de tijd voor worden genomen: des te nauwkeuriger de afstelling gebeurd, des te beter het eindresultaat (lees het geluid).

Al snel werd de testplaat op de draaitafel gelegd en werd "het sporen" bekeken. Doordat de gewichtsinstelling, op de arm, naar een veel te hoge waarde opliep, werd toch maar even het naaldkrachtbalansenschaaltje erbij genomen. Wat ik al wist, kwam ok nu weer naar voren: er klopt niets van de schaalverdeling van mijn SME 3009 arm. Dus de naalddruk kon in dit geval rustig omhoog geschroefd worden totdat de sporing in orde was. Als echter de instelling van de naalddruk buiten de specificaties van de fabrikant komt is er een grote kans dat het element niet meer in orde is.

Op het gebied van dwarsdrukcompensatie zijn ook nieuwe inzichten. Sommige fabrikanten schrijven  nu een minimale dwarsdruk voor. Dit is weer afhankelijk van de naaldvorm, element en arm. Berend gebruikt als uitgangspunt de kanaalsterkte. Met behulp van de VU meters van een cassettedeck controleerde hij of beide kanalen even sterk uitstuurden.

Waar ook veel aandacht aan werd gegeven is de armresonantie, geen resonantie is ideaal maar dat is een utopie want elk materiaal heeft een trillingsgetal. Als de armresonantie rond de 10 Hertz ligt heb je er weinig last van en presteert de combinatie optimaal. Dit kan worden bijgesteld door eventueel de headshell te verzwaren.

Nu was de draaitafel gereed om muziek te maken. In het begin van de avond waren diverse platen gedraaid om gewend te raken aan het geluid van de audioset. Nu konden we horen of het zuiver afstellen zijn vruchten had afgeworpen. De eerder op de avond  waargenomen  scherpe kantjes in het geluidsbeeld waren nu ineens weg.Alles klonk aangenamer, de piano klonk voller, de akoestische gitaar werd natuurlijker neergezet. Het stereobeeld werd in breedte en diepte duidelijk mooier weergegeven. Op mijn luisterplaats voorin, waarbij ik toch ver binnen de ideale luisterdriehoek zat, hoorde ik duidelijk klanken vanuit het midden komen. Ik wisselde nog wel van plaats en constateerde dat achter in de zaal het geluid meer homogeen was en de plaatsing een stuk duidelijker.

Berend gaf aan de hand van diverse muziekstukken aan waarom hij juist deze nummers als referentie had gekozen en vertelde daarbij ook waarop te letten bij de weergave van de gekozen muziek, dus waar het mis kon gaan.

Het vergelijken met de top cd-speler kon geen doorgang vinden omdat er geen geluid uit de cd-speler kwam. Op zich jammer voor deze test, maar ik hoop dat Arie geen hoge kosten hoeft te maken voor de reparatie en dat we de test nog een keer kunnen doen. (Naschrift: thuisgekomen bleek de speler het gewoon te doen, liet Arie mij daags na de demo weten).

Uit de reacties die ik heb mogen ontvangen bleek dat dit een zéér geslaagde en leerzame avond was, ik heb er in ieder geval van genoten. Bewondering voor Berend, die uiterlijk rustig bleef tijdens het handmatig opleggen van de naald op de draaiende plaat, de duidelijke uitleg en het beantwoorden van de vele vragen.

Berend, namens Audio Club Velsen, héél hartelijk bedankt voor deze fijne avond.

Rob.

 

Gebruikte apparatuur:

Draaitafel; Thorens 126 MKII met SME 3009 Arm

Element; The Frog van Van Den Hul

Phonotrap; Trichord Dino Plus……..

Versterker; Lynn…Majik………..

Speakers: Diapason Micro MK 3

Interlinks: QED Silver Spiral, Cardas Cross

SpeakerkabelsKimber 8 TC

 
verslag van de ACV bijeenkomst Woensdag 17 mei 2006  

Hans Pol van Pol Audio uit Baarn.

Thema: Een gepassioneerd muzikaal verhaal – luisteravond met Hans Pol (Pol Audio).

Deze avond werd gevuld door een oude rot in het vak, namelijk Hans Pol uit Baarn. Muziek en muzikaliteit staan bij hem altijd voorop. Techniek is het middel, oud of nieuw maakt niet zoveel uit. In de Laanstraat in Baarn vindt u Pol Audio, de audiozaak waar de mens centraal staat, weblink http://www.polaudio.nl. NB Zie naschrift, de winkel van Hans is inmiddels helaas gesloten.

De luisterruimte was goed gevuld en door de ontspannen en hartelijke aanpak van Hans heerste er een rustige atmosfeer. Hij trok de aandacht van de aanwezigen gemakkelijk naar zich toe.

Hans had voor onze club twee sets Original Master Loudspeakers (OML) meegebracht. Deze luidsprekers zijn afkomstig van een gloednieuw amerikaans merk, namelijk Mobile Fidelity. Eén set Minimonitors type OML-1 (2-weg), plus als echte primeur in Nederland de OML-2 vloerstaander – een 2.5 weg-systeem. Afgezien van de kast hebben ze veel met elkaar gemeen: beide zijn prachtig afgewerkte basreflexsystemen die beschikken over exact dezelfde luidsprekereenheden. In het hoog wordt loopt het bereik door tot zeker 22 kHz, de OML-1 houdt het vanaf 50 Hz en lager wel voor gezien, de duidelijk forser gebouwde OML-2 loopt door tot 38 Hz.

Het Mobile Fidelity luidsprekerconcept werd bedacht door dezelfde groep mensen die achter het roemruchte platenlabel Mobile Fidelity Sound Lab (MOFI) zitten. Zoals wel vaker hebben zij uit onvrede over de reeds bestaande professionele studiomonitoren deze eigen luidsprekers gebouwd – althans zo gaat het verhaal. Omdat men merkte dat er ook vanuit de consumenten interesse bestond voor een neutrale en eerlijk weergever hebben ze de productie uitgebreid richting deze markt.

Als onberispelijke muziekbron fungeerde de Accuphase DP-67 Cd-speler. Hans wilde ons o.a. het verschil in klankbenadering laten horen tussen een geïntegreerde solid-state Accuphase versterker (E-213) en de Prima Luna Prologue One buizenversterker. De laatste is naar nederlands ontwerp gebouwd in het verre oosten. Een van de belangrijkste features is het zogenaamde adaptive auto bias servo-systeem, dat behalve een positieve invloed op de klank ook het gebruiksgemak zou vergroten: na het vervangen van een buis hoeft de bias niet opnieuw te worden ingesteld. Hans was zelf ook benieuwd hoe een en ander zou gaan klinken, de grote luidsprekers waren zo nieuw dat hij er nog weinig luisterervaring mee had opgedaan.

Hans startte met de vraag waar de clubleden nu zelf thuis mee spelen. Deze serieuze belangstelling heeft nog geen enkele demonstrateur getoond! Hans vertelde daarna gepassioneerd over zijn achtergrond, beweegredenen en historie als hifi-verkoper en over zijn insteek bij het samenstellen van een hifi-set. Hij probeert zich echt in te leven in de wensen van zijn klanten zonder daarbij zijn eigen mening te verdoezelen. Daarbij repte hij over zijn ervaringen met bepaalde merken, zoals die met het merk Accuphase dat voor velen uiteindelijk toch een soort referentie vormt door de jaren heen – en ze komen zelden terug voor reparatie, zo voegde hij toe.

Zijn verhaal werd voor de pauze geïllustreerd met door Hans uitgekozen muziekfragmenten van allerlei herkomst. Van Peter Gabriel tot Slagerij van Kampen. Gewone luistermuziek stond centraal, geen specifieke audiofiele opnamen. Voor het gemak had Hans de fragmenten samengebracht op een CD-R. Ze vormden zo onderhand een vaste waarde omdat hij de diverse tracks door en door kent. Als eerste werd de kleine minimonitor beluisterd op de Prima Luna versterker. Een goede match zo leek het. Er werd een prettig, redelijk neutraal beeld neergezet met een lekker ritme: echte ‘levende’ muziek. Dat de bas soms wat ongecontroleerd overkwam, deed daar niets aan af. Dit versterkte de neiging tot een af en toe bombastische geluid. Typische kwaliteiten van een amerikaanse luidspreker c.q. geluid? De stemweergave was zeer mooi, natuurlijk, present en voorzien van wat menselijke warmte. Het totale geluid vulde echter niet de gehele ruimte, het bleef wat aan de luidsprekers plakken.

De Accuphase versterker gaf op dezelfde set een heel andere indruk. Hier heel veel details, kracht en controle, met ook weer een neiging tot een wat bombastisch geluid. Dat lijkt dan toch meer een eigenschap van de luidspreker te kunnen zijn. Dit werkte wat sneller luistermoeheid in de hand. De muzikale presentatie is neutraler, maar hierdoor iets minder levendig dan met de Prima Luna.

Hierna werd voornamelijk naar de grotere OML-2 geluisterd. Dat was jammer want gezien het enorme prijsverschil leek die kleinere OML-1 mij interessanter om uitgebreid en met twee heel verschillende versterkers aan de tand te voelen. Maar die nieuwe luidspreker vormde uiteindelijk natuurlijk wel de primeur van de avond en verdiende daarom alleen al de nodige aandacht! De grote OML vertoonde eenzelfde karakter als de kleine.

Samengevat: beide OLM typen bleken pittige dynamische luidsprekers, waarbij mij met name de stemweergave positief opviel. In combinatie met de versterkers viel mij op dat de Prima Luna naast de stemweergave vooral een grote muzikaliteit ten toon spreidde. Gezien de kostprijs een topprestatie. Het zijn duidelijk twee verschillende benaderingen die allebei goed presteren. Het is een kwestie van smaak hoe de voorkeur uitvalt. De Accuphase kost echter wel twee maal zoveel als de Prima Luna. De Prima Luna presteert in verhouding dus opvallend goed.

De match met de gebruikte luidsprekers leek echter niet helemaal optimaal. Dat ging dan gepaard met een, iets te losse, ongecontroleerde en af en toe vervormde weergave. Ongecontroleerd vooral in de bas en vervorming in het mid/hoog, zoals bijvoorbeeld bij Kari Bremnes. Prima Luna had het soms hoorbaar moeilijk met het aansturen van de grote OML-2.

Met de Accuphase viel alles redelijk op zijn plaats. Geen opvallende minpunten. Dat mag ook wel gezien het prijspeil. Vooral de enorme controle en autoriteit viel op. Plus meer details – zo leek het althans - dan via de Prima Luna. Een strakke, neutrale basweergave leek zelfs voor de Accuphase soms een probleem, hoewel minder daa. Dit kan wellicht op het conto van de luidspreker of de akoestiek worden gezet.

Ik wil Hans Pol nogmaals bedanken voor de aangename en mooie muziekavond.

De beluisterde set:

Luidsprekers van Mobile Fidelity – OML-1 minimonitors (1800 euro/set) en OML-2 (4800 euro/set).

Accuphase Versterker E-213 (3250 euro)

Accuphase DP-67 Cd –speler (6000 euro)

Prima Luna Prologue One versterker (1200 euro)

René Olivier

Naschrift

Hans Pol heeft deze zomer helaas moeten besluiten zijn audiowinkel in Baarn te sluiten. Hij merkte de laatste jaren dat de belangstelling voor hoogwaardige audio tanende was.  Er kwamen te weinig nieuwe klanten. Hij bezint zich intussen op de toekomst. Hij wil zijn lange ervaring en kennis op audiogebied op een of andere manier blijven gebruiken. Daarnaast heeft hij een audiomuseum welke hij eind 2006 voor het algemeen publiek wil gaan openstellen. Op dit moment loopt de uitverkoop van het resterende winkel assortissement nog door en blijft hij voorlopig bereikbaar voor de verkoop van occasions en advies bij aankoop.

 
verslag van de ACV bijeenkomst Woensdag 19 april 2006  

Van Duppen loudspeaker design

Deze keer verwelkomen wij Dennis Van Duppen. Sinds 2004 is Dennis actief met de door hem opgerichte Van Duppen luidsprekerfirma. Zijn creaties kenmerken zich door een zeer stevige kastconstructie gecombineerd met high-tech luidsprekereenheden en componenten, oog voor detail en een zeer fraaie afwerking. De klant kan die afwerking in ruime mate zelf kiezen om de luidsprekers zo goed mogelijk in zijn of haar interieur te kunnen integreren.

De fraai gevormde Van Duppen luidsprekers

Dennis heeft twee modellen meegenomen, het eerste (model Breeze) is een relatief compacte tweeweg monitor met een magnesium woofer en een magnetostaat.

De Breeze draait alweer wat langer mee in de luidsprekerlijn en is sinds kort opgewaardeerd met betere filteronderdelen van Mundorf.

De tweede luidspreker is de nieuwste creatie en draagt de naam Rhythm & Pace, een groot systeem in twee behuizingen. Het onderste deel is voor het laag en bevat twee woofers welke aan zijkanten gemonteerd zijn, in de topkast bevindt zich de middentoner en tweeter.

De Rhythm & Pace luidspreker

De luidsprekers kunnen uiteraard niet zonder de nodige aansturing, daarom nog even wat over de rest van de set welke beschikbaar is gesteld door de Audiofabriek:

De versterking werd verzorgd door een voor en eind combinatie van PS Audio, De GCP voorversterker en de GCA eindversterker van maar liefst 2x 500Watt. PS Audio maakt gebruik van klasse D techniek, deze technologie is uiterst efficiënt met energie maar had geen echt goede naam in de High-end wereld. Tegenwoordig zien we steeds vaker dat deze technologie meer en meer wordt toegepast in de serieuze HiFi en bij luistertests ook nog eens weet te overtuigen. PS Audio maakt nog gebruik van een conventionele voeding i.p.v. een geschakelde voeding, dit geeft zeker een voordeel vanwege de grotere energiereserve.

Als bron werd een Audio Analogue Maestro CD speler gebruikt.

Voor de bekabeling is er gebruik gemaakt Kimbercable……..???? hier mis ik nog wat info ?

Eerste indruk:

Tijdens het opstellen van de set worden we geconfronteerd met het enorme gewicht van de luidsprekers, zelfs de compacte Breeze valt dan nog tegen.

Wat als eerste opvalt wanneer de apparatuur staat opgesteld is de prachtige afwerking, met name de Breeze valt bij mij erg in de smaak! Het is een echte design luidspreker.

De Rhythm & Pace lijken helemaal niet zo groot als dat ik eerst dacht, dit komt vooral door de vormgeving want ze zijn eigenlijk wel fors gebouwd.

Intussen is het 20.00 uur en er is een flinke opkomst van de clubleden, na wat bestuurlijke mededelingen is het woord aan Dennis! Er volgt een korte intro waarin hij vertelt over de verschillende modellen. Naast de Breeze zijn er nog de grotere Mistral en het topmodel Tornado, kenmerkend is dat deze luidsprekers allen zijn uitgevoerd als tweeweg systeem met een magnetostaat en Seas woofer. De Rhythm & Pace is opgebouwd vanuit een totaal ander concept, deze is opgebouwd als drieweg met een normale 19mm dometweeter.

Dennis vermijdt in zijn ontwerpen vooral parallel lopende panelen, hierdoor is er minder dempingsmateriaal nodig en heeft het systeem meer levendigheid en energie.

René Houthuizen vertelt namens de Audiofabriek nog wat over de toegepaste elektronica en daarna kan de muziek beginnen. Er wordt gedraaid met de Breeze, deze weet al meteen een overtuigend geluidsbeeld neer te zetten. Deze luidsprekers hebben vooral een analytisch karakter terwijl het laag behoorlijk aanwezig is, deze Breeze bevalt mij wel. Er deed zich nog even iets vervelends voor, toen een CD met Kopieerbeveliging werd gedraaid. De CD speler ging op slot en moest uiteindelijk helemaal gereset worden om er weer leven in te krijgen! Het betrof hier een CD van Norah Jones van het label Bluenote, een label waarvan ik dergelijke fratsen niet direct van verwacht eigenlijk. Er zijn al veel klachten over dit soort beveiligingen geweest, dus dit afspeelprobleem is niet nieuw. Deze CD’s zijn niet gemaakt om overal betrouwbaar afgespeeld te kunnen worden – dat hoort erop vermeld te worden.

Na de pauze stonden de Rhythm & Paces aangesloten, meteen wordt duidelijk dat deze luidsprekers in het laag meer te vertellen hebben. Er werd op een behoorlijk geluidsvolume gespeeld en dat konden de speakers ook gemakkelijk aan, sommige aanwezige luisteraars vonden het laag wat te veel van het goede, maar die mening deel ik zelf niet. Ik vind dat als je op zo’n hoog volume gaat spelen, dat je het laag ook moet voelen en dat deed het ook zonder echt te overdrijven. Het laag was niet alleen indrukwekkend, maar ook strak en goed gecontroleerd, je kon ook merken dat de PS Audio versterker een flinke reserve in zich had. De weergave gaf vooral een echt live gevoel met een groots geluidsbeeld, in het bijzonder de track met veel percussie klonk levensecht.

Zelf was ik vooral gecharmeerd van de Breeze, vooral door zijn fraaie hoog weergave. De luidspreker klinkt erg gedetailleerd en heeft een zeer analytisch karakter, het geluidsbeeld is groots en diep, zonder gaten. In het laag gaat de Rhythm &Pace veel dieper en is enorm dynamisch, vooral deze luidspreker biedt een enorme live beleving en kan gemakkelijk op een hoog volume spelen.

De luidsprekers zijn pittig geprijsd maar dan heb je ook wat, een combinatie van ambachtelijk gebouwde kasten met de beste units. Als je ziet wat voor constructie er is toegepast in de luidspreker, dan is het wel te begrijpen dat dit bijzonder veel werkuren vertegenwoordigd, echt hollands handwerk dus!

De muziek die er gedraaid werd was zeer gevarieerd, in het bijzonder in de categorie wereld muziek zaten diverse interessante tracks. Verder de nodige goede jazz en wat klassiek, kortom ook qua muziek een interessante en afwisselende avond.

Ik ben zelf in elk geval weer aan het bestellen gegaan en heb voor Norah Jones maar de LP genomen, die hebben geen gezeur met ‘copy protection’.

 
verslag van de ACV bijeenkomst Woensdag 15 maart 2006  

Daluso luidsprekers met Harmonix tunings-producten 15 maart 2006

Vanavond ontvangen we Ed Doggen van Daluso luidsprekers. Ed is de grondlegger van het merk Daluso. Vanavond laat hij ons horen waartoe zijn luidsprekers in staat zijn. Daarnaast wil hij ons laten ervaren wat er met tuning van de installatie verder nog mogelijk is. Hij doet dit met producten van Harmonix waarvan hij de leverancier is.

Daluso luidspreker

Ed heeft jaren bij Nedcar gewerkt. Eerst als chemisch analist/materiaalspecialist, later als productie-engineer/laktechnicus. Eind jaren '80 werkte hij aan zijn eerste luidsprekers van beton en aluminium als hobby-project. Begin jaren’90 onderzocht hij de eerste commerciele mogelijkheden met aluminium als basismateriaal. Door de jaren heen verfijnde hij de luidsprekers steeds. Al vroeg raakte hij ervan overtuigd dat wat er dan staat de strijd aan kan met bestaande producten op de markt. Begin van de 21e eeuw zijn de vestigingsregels omtrent een eigen bedrijf dermate veranderd, dat hij de stap durft te nemen om voor zichzelf te beginnen. Zijn luidsprekers waren op dat moment al rijp voor productie.

Zijn kennis heeft hij voornamelijk opgedaan in zijn werk bij Nedcar opgedaan. De basis van het ontwerp is aluminium,  gezien zijn arbeidsverleden is dit geen onlogische keuze. Aluminium is een redelijk onconventioneel materiaal voor wat betreft luidsprekerkasten. Enkele van de belangrijkste redenen om voor dit materiaal te kiezen zijn de vormvrijheid en dat een kast van aluminium kleiner kan zijn qua omvang dan een houten variant. De wanddikten zijn immers veel kleiner. Hierdoor heb je bij een gelijke kast-inhoud een kleiner buitenformaat.

De kast is volledig opgebouwd uit geëxtrudeerde aluminium profielen. Bij de extrusie van aluminium wordt het materiaal (bij 500 graden) onder zeer hoge druk door een mal geperst en getrokken, waardoor een profiel ontstaat. Als er voldoende materiaal wordt toegevoegd kunnen profielen van oneindige lengten worden gemaakt. De enige beperking aan de uiteindelijke lengten is van productie technische aard. De verschillende speakermodellen worden gemaakt door het profiel in bepaalde lengten te zagen. Een goed doordacht ontwerp. Ed is hierbij niet over één nacht ijs gegaan. Alle bevestigingspunten zitten bijvoorbeeld al in het profiel. Zodoende kan er bespaard worden op productie kosten. De gefreesde kasten worden tot slot gezandstraald en geanodiseerd. Overigens is de kast op bestelling ook in lak te leveren in elke bestaande RAL kleur en metallic lak. Daarnaast is het aantal keuzemogelijkheden voor de afwerking nagenoeg onbegrensd: Het aluminium kan gepolijst worden of verchroomd of worden voorzien van een marmer- of houtprint, roestend ijzer-look enzovoort. De website van Daluso geeft meer informatie omtrent de afwerkingmogelijkheden.

De luidspreker waar we vanavond naar luisteren is een vloerstaander met de naam Dutch Basic XL. Deze bestaat uit een 90 cm hoge kast welke zich erg slank voordoet. Er is één co-axiale breedband unit gebruikt. Deze verzorgt het gehele geluidsspectrum en dat heeft als voordeel dat er maar één afstraalpunt is vanwaar de muziek op de luisteraar afkomt. Doordat de units uit hetzelfde vlak afstralen worden fasefouten voorkomen. De enige filtering die wordt gebruikt is een condensator voor de tweeter. Door die geringe filtering worden slechts minimale fasefouten geïntroduceerd, wat theoretisch voor een meer natuurgetrouw geluidsbeeld moet zorgen.

Alle ontwerpen van Daluso zijn basreflex kasten. Twee poorten zitten aan de onderkant waardoor er een lichte akoustische versterking met de vloer ‘als achterwand’ ontstaat. Hierdoor wordt de speaker ook wat minder kritisch wat plaatsing betreft.

Het programma van Daluso bestaat uit diverse modellen welke door hun grootte voor verschillende toepassingen kunnen worden gebruikt. De modellen worden aangeduidt met XXL, XL, L en M waar deze namen logischerwijs staan voor de grootte van een model. Vanaf de XL zijn er ook modellen als centerluidspreker, waar de toevoeging “c” aan de modelbenaming is toegevoegd.

De gebruikte demo-apparatuur is van Sphinx. Ed gebruikt alleen een cd-speler (Project nine) met regelbare uitgang en een stel monoblokken (Project Twelve) als eindversterking. Helaas bestaat het merk Sphinx niet meer, want er werden erg mooie producten gemaakt door deze Nederlandse fabriek. Ik ken de mono eindversterkers van Sphinx erg goed, aangezien ik er zelf een aantal jaren met veel plezier naar heb geluisterd. De klank kenmerkt zich als zeer snel en analytisch. Hier dient rekening mee te worden gehouden bij de combinatie met andere componenten. 

Normaal gesproken wordt er een playlist gemaakt,zodat de luisteraars achteraf kunnen bekijken waarnaar ze hebben geluisterd. Helaas is Ed slecht in namen en van de gepresenteerde muziek weet hij de uitvoerenden niet. Erg jammer want persoonlijk weet ik graag waar ik naar luister. De muziekkeuze is daarnaast wat beperkt, omdat steeds naar dezelfde nummers wordt geluisterd in verband met de demonstratie van Harmonix. Dit om een goede vergelijking te kunnen maken.

 

Luisteren

Ed begint met een klassieker, namelijk Tin Pan Alley van Stevie Ray Vaughn. Het eerste wat opvalt is het ingetogen geluidsbeeld zonder enige scherpte. Dat is voornamelijk een verdienste van de luidspreker gezien de analytische klank van de Sphinx producten. De spreiding is extreem goed. Zelden heb ik een speaker in onze demo ruimte gehoord welke zo'n enorm geluidsbeeld laat horen. De klank is zeer natuurlijk en de stem staat rotsvast in het midden. De ss-en worden wel wat gedempt weergegeven. Het laag is warm, maar schoon en gedetailleerd. Eerlijk gezegd ben ik wat overdonderd door de goede start die de speakers maken. Meestal resulteert dat in een systeem waar je niet langdurig naar kunt luisteren omdat een bepaalde luistermoeheid optreedt. Niet in dit geval. De speakers blijven boeien en later zal het alleen nog maar mooier worden. Ed heeft namelijk nog een paar troeven achter de hand, welke opmerkelijke resultaten zullen laten horen. Blijf dus lezen.

Hoe langer ik naar de speakers luister des te meer ben ik onder de indruk van het enorme geluidsbeeld en de natuurlijkheid van deze speakers. Ik had eerlijk gezegd verwacht dat de luidsprekers wat zouden kleuren gezien de materiaalkeuze, maar niets is minder waar. Bij het eerste nummer meen ik wat kleuring in het mid-laag waar te nemen, maar later heb ik dat niet meer terug gehoord. Zit waarschijnlijk in de opname. Alles wordt erg schoon weergegeven, voor mij persoonlijk een genot om naar te luisteren. Natuurlijk ontbreekt het allerlaagste octaaf in de muziek, maar er komt veel voor terug. Zo luister ik zelf al een tijd met veel plezier naar een stel monitor luidsprekers. Dergelijke luidsprekers hebben hun beperkingen in het laag, maar er staan vele voordelen tegenover. De Daluso's zijn te vergelijken met dergelijke monitoren. Dezelfde beperking aan de onderkant van het geluidsspectrum, maar wel een enorme spreiding en coherentie van het geluid waar weinig grotere speakers toe in staat zijn.

Overigens hoor ik van mensen achterin de zaal wat minder goede berichten. Het laag zou wat teveel druk hebben in verhouding met het mid/hoog. Wellicht door de afmeting van de speakers en het feit dat het afstralingspunt vrij laag is komt het geluid niet meer tot zijn recht achter in zo'n grote en vooral volle zaal. Niet te vergelijken met de huiskamer dus wellicht ook niet objectief.

Naast de productie van luidsprekers is Ed ook leverancier van Harmonix tuning producten. Harmonix is een Japanse fabrikant en maakt kabels, tuningvoeten en andere producten om de apparatuur aan de luisterruimte aan te passen. De werking berust op het principe om de aanwezige storende resonanties naar het onhoorbare spectrum te verplaatsen, waardoor deze geen of minder invloed meer hebben op het originele muziekgeluid.

Harmonix tweak

Na de pauze begint Ed met het ‘tunen’ door de luidsprekers op voetjes te zetten. Sommigen horen verschil, maar ik weet niet zeker of er een verschil te beluisteren is. Ik schrijf dit dan toe aan psychologie aangezien ik bij dergelijke tweaks een overduidelijk resultaat wil horen. De hersenen bedriegen ons maar al te graag en ik zou zeker niet in een blinde test kunnen aanwijzen naar welke situatie ik luister. Dan komen er grote voeten onder de eindversterkers. Logischerwijs zou je daar minder resultaat van verwachten aangezien een eindversterker niet zo gevoelig is voor resonanties. Niet bij deze aanpassing. Het is ongelooflijk, maar het geluidsbeeld neemt duidelijk toe in grootte, de instrumenten klinken echter en natuurlijker en het geluid is prettiger om naar te luisteren. Dit is werkelijk het grootste effect wat ik ooit bij een dergelijke tweak heb gehoord. Er verdwijnen nog meer voetjes onder de apparaten, en elke keer lijkt het geluid er beter op te worden. Na verloop van tijd worden alle voetjes weggehaald, en zijn we weer terug bij af. Letterlijk en figuurlijk. Er zit duidelijk minder ruimte in het geluid en het realisme is een heel stuk weg. Toch wil ik hier een kanttekening bij maken. Hoe groot is het verschil als je er dagelijks naar luistert. Zou je blind het verschil ook nog kunnen aanwijzen. Onze hersenen willen nu eenmaal ook bepaalde zaken horen en als je ziet dat er iets verandert wordt zal het ook wel beter klinken. Of een blinde test hetzelfde resultaat oplevert zou ik niet met zekerheid durven zeggen. Daarnaast is het de vraag of je in de dagelijkse praktijk met voetjes meer geniet van de muziek dan zonder. De enige manier is dus zelf uitproberen voor een langere periode. Daar komt bij dat deze voetjes niet goedkoop zijn. Een paar honderd euro tot een kleine duizend euro voor een set voetjes is gewoon heel veel geld. Toch is een ander apparaat niet altijd in staat om dergelijke verschillen of verbeteringen te laten horen als deze voetjes. Het kan tot opmerkelijke resultaten leiden, maar is sterk afhankelijk van de omstandigheden en apparatuur. Proberen dus.

Tot slot wil ik mijn lof uitspreken over de luidsprekers. Ik vind het echt een hele goede luidspreker waarnaar we hebben geluisterd. Als een luidspreker met toch "verouderde" apparatuur zoveel muziek kan voortbrengen heb je in mijn ogen (oren) te maken met een topper. De speaker kost 2.800,- euro voor een paar en gezien de hoge kwaliteit is dat zeker niet teveel. Wel oppassen met de gecombineerde elektronica. Te softe elektronica kan tot een duf geheel leiden.

Ed Kuhuwael

 

Gebruikte apparatuur:

·        Daluso Dutch basic XL

·        Sphinx Project 9 mkI cd-speler

·        Sphinx Project 12 mkI eindversterkers

·        Harmonix HS-101 luidspreker kabel

·        Harmonix HS-101 RCA interlink

·        Harmonix X-DC StudioMaster PowerCord (cd-speler)

·        Harmonix X-DC2 PowerCord (eindversterkers)

Website:

www.daluso.com

www.daluso.nl

 
verslag van de ACV bijeenkomst Woensdag 15 februari 2006  

Theo Wubbolts, hoofdredacteur van Hifi Video Test

Thema: Een muzikaal verhaal over “hoe te luisteren naar muziek”.

Theo Wubbolts

Deze keer verwelkomen wij Theo Wubbolts, hoofdredacteur van het bekende audio/videoblad HVT. Hij houdt een lezing over “hoe te luisteren naar muziek”. Theo bezit veel audio- en muziekkennis opgedaan gedurende vele jaren werkzaam te zijn in verschillende functies zoals bij een hifi-winkel, bij een platenlabel en vele jaren bij een audioimporteur. Bovendien maakt Wubbolts ook al heel lang eigen professionele muziekopnamen. Hierdoor kent hij de muziek/audio zowel aan de kant van de opname als aan die van de weergave. Hij weet als geen ander hoezeer de opname het eindresultaat en dus ook de weergave (thuis) bepaalt. Theo zal de invloed van de gebruikte microfoontechniek uitleggen en aantonen hoe de luisteraar via de weergave van de opgenomen muziek een bepaalde opnametechniek kan beoordelen. Wat kan er allemaal fout gaan op de weg van de ruwe opname tot het herscheppen van de muziek bij u thuis? Dit wordt duidelijk gemaakt aan de hand van een aantal duidelijke voorbeelden afkomstig van uit eigen collectie en van CD’s en LP’s.

De muziekinstallatie bestaat deze avond uit componenten afkomstig van diverse bestuursleden. De samenstelling doet er niet zoveel toe: het ging vanavond om de muziek.

Dat het thema van Theo leeft bij de club bleek wel uit de grote opkomst aan leden! De zaal liep gezellig vol. Theo zelf had een stagiair van HVT meegenomen, te weten Jaap Feenstra. Na een korte introductie van henzelf maakte Theo melding van een kabeldag georganiseerd door HVT in het volgende weekeinde. Daarna liet Wubbolts snel het eerste stukje muziek horen: een langspeelplaat van een oude opname van Bert Kaempfert (een 45 toeren persing met 4 nummers). Dit bleek (later) een een hoog jeugdsentiment-gehalte te hebben, ook bij de aanwezige clubleden. Het is opvallend hoe fris deze oude opname nu klinkt, maar tegelijk ook gedateerd door het overdreven stereobeeld.

Theo verontschuldigde zich nog voor het feit dat hij gedurende deze avond veelal klassieke muziek ten gehore zal brengen. Dit is geen waardeoordeel over de muziek, maar voor zijn doel is klassiek nu eenmaal het beste geschikt: akoestische instrumenten veelal in één keer opgenomen op locatie. Popmuziek is meestal veel meer geproduceerd en ligt daarmee veel verder weg van de realiteit van ‘levende muziek’. De invloed van de opnametechniek is daarbij vaak onderschikt gemaakt aan de productie achteraf, het bereiken van een bepaalde sound, of wat dan ook.

Theo zette gelijk de toon voor de rest van zijn betoog: een boeiend verhaal met een duidelijke rode draad over de overwegingen en dilemma’s waar de opnametechnicus voor staat en de toegepaste techniek bij het maken van de muziekopnamen. Dit doorspekte hij met anekdotes en treffende muzikale voorbeelden. Hierbij onderstreepte hij de invloed van bepaalde opname- of muziekparameters. Theo weet de aandacht van het voltallige publiek goed vast te houden. Er ontstaat gaandeweg een levendige sfeer met discussies over de (on)hoorbaarheid van een en ander. De toehoorders moeten sowieso goed blijven opletten bij de diverse muziekfragmenten, want Theo stelt vanavond inhoudelijke vragen over de muziekweergave. Uiteindelijk kan hiermee zelfs een ‘oorkonde’ worden verdiend...!

Aan de hand van opnamen vanaf twee test-CD’s, de eerste uit 1955 en de tweede soortgelijke uit 1981, wordt door Theo duidelijk gemaakt dat ook datgene wat wij onder ‘this is high fidelity’ verstaan, in de loop van de tijd steeds aan verandering onderhevig is. Wie kent niet het “My voice should be at the centre of both loudspeakers” en dergelijke met vet Amerikaans accent doorspekte parameters uit de zestiger jaren?

Hierna volgen een serie opnamen die parameters bestrijken zoals nagalm (teveel, te weinig), doorzichtigheid, balans en de aanwezigheid van mogelijke stoorsignalen. Tenslotte wordt de directe invloed van de gekozen microfoontechniek hoorbaar gemaakt.

Een opname in de Notre Dame in York illustreert hoe een op zich prima opzet voor een opname toch de mist in kan gaan door een teveel aan (natuurlijke) galm. Het orgel is overduidelijk aanwezig, maar de lange geluidsgolven van het orgel worden door de grote ruimte nauwelijks gedempt en klinken dus lang na. Het orgelgeluid hobbelt hierdoor hoorbaar steeds achter de rest van de muziek aan en zorgt bovendien via interferentie met het oorspronkelijke geluid voor een versmeerd, onprettig geluidsbeeld.

Dat het ook andersom kan bewijst een opname van cellosonates van Saint-Saëns, een gortdroog stereoplaatje wordt ons deel. De diepe en warme klank van de cello ontbreekt vrijwel geheel, maar alles staat er wel ‘netjes’ op.

Theo’s eigen opname van de pianist Murray Perahia in het Concertgebouw Amsterdam laat horen hoe belangrijk de afstand van de microfoon tot een solo-instrument kan zijn: te grote afstand levert een warrig, onduidelijk plaatje op.

Dat doorzichtigheid in een opname soms onvermoede nuances blootlegt toonde ons een opname op Hungaraton van de ‘Hongaarse Dansen’ van Brahms. De oplettende luisteraars wisten de waarschijnlijk als extraatje toegevoegde cymbaal feilloos te ontwaren uit het klankbeeld. Uw verslaggever hoorde het instrument wel, maar wist niet dat die er eigenlijk niet in thuis hoort. Het feit dat in een ander deel het opstaan van de violist hoorbaar zou zijn ontging veel van de luisteraars. Dit leek samen te hangen met de luisterpositie.

Theo liet nog twee uitersten horen op het gebied van doorzichtigheid. Een opname van een Zweeds koor met het Swedish Radio Orchestra was heel moeilijk te volgen en dat lag niet aan het gebruik van het Zweeds. Hoewel dat laatste natuurlijk niet hielp... Dan was een leuke opname “Komt Vrienden In Het Ronden” van het Nederlands Kamerkoor van bewerkte oude Nederlandse volksliedjes een stuk beter te verstaan. Je merkt wel dat een bekende taal sneller verstaanbaar is.

Weer terug naar Theo’s eigen opnamen in de Doelen met het Rotterdams Philharmonisch Orkest plus koor via een zogenaamde kerstprom uit 2004. Onder leiding van de bekende dirigent John Dankworth raakt op een gegeven moment de balans totaal zoek doordat hij spontaan inspeelt op het aanwezige publiek en dus onverwachte dingen doet. En daar was Theo in zijn vooraf bepaalde en geoefende opnamesituatie niet op voorbereid. Bij een live-opname valt daar natuurlijk hoegenaamd niets meer aan te doen.

 

Na de pauze laat Theo horen hoe alles kan kloppen bij een track van een opname van Britten’s Youngs Person’s Guide To The Orchestra. Dan is het de beurt van de stoorzenders die een opname kunnen ruïneren. Zoals de ruis en motorgeluid van een videocamera als er simultane videoopnamen worden gemaakt. Een opname van Murray Perehia dient hierbij als voorbeeld waar een hoog ruisniveau te horen is. Een stukje van Glenn Gould in de Goldberg Variations laat horen hoe het ook kan.

Een eigen opname van John Adam’s ‘A short ride in a fast machine’ sluit zijn betoog af.

Theo vertelt dat hij de laatste tijd opneemt in 24bit/96kHz op een 4GB Flash card. Een hele verandering met vroeger. In de loop van de meer dan driehonderd opnamen in de Doelen heeft hij al doende leren opnemen. Hij raad de luisteraars aan maar eens op pad te gaan met twee microfoons en een klein recordertje om te ervaren welke onverwachte resultaten je hiermee kunt boeken.

Tenslotte gaan wij op voor de finale test: eenzelfde muziekstuk, simultaan opgenomen met drie verschillende typen microfoons. De microfoons verschillen in opbouw en karakteristiek, waardoor de drie stereoparen een opvallend verschil in klankbeeld registreren. Het betrof een A-B type Bruel & Kjaer en een Sennheiser omni-directionele condensatormicrofoons, maar met een presetvoorkeur ‘presence’ voor geluid van voren. Plus nog een paar Sennheiser ‘achten’, dus met de bekende en veelgebruikte achtvormige karakteristiek.

Aan ons de taak de verschillende paren te onderkennen in de weergave van de muziekopname. Geen sinecure, hoewel er duidelijke verschillen waarneembaar waren. In de notities staan opmerkingen als een heel ruimtelijk, luchtig klankbeeld met de condensatormicrofoons van Sennheiser en de meeste details leken door de achten van het zelfde merk te zijn vastgelegd. Ongeacht de gehoorde verschillen verdiende iedereen een ‘oorkonde’ volgens Theo. Hij sloot zijn muzikale bijdrage af met nog een nummer van Bert Kaempfert – een van zijn ‘favorieten’ naar wij nu weten.

Daarna ontspon zich nog een discussie over de huidige opgroeiende groep luisteraars, de MP3 c.q. iPod-generatie. Die beschouwen muziek als vluchtig amusement. Soms meer gebruikt als ‘wall of sound’. Theo vond het de verantwoordelijkheid van de opvoeders om deze voor hifi ‘verloren’ generatie te laten zien en vooral horen wat echte high fidelity betekent.

René Olivier

NB Het was een verademing om weer eens een avond mee te maken waarbij de liefde voor de muziek op de voorgrond staat en de vele beperkingen van het (re)productieproces glashelder werden gepresenteerd. Al is de hifi-set ultra high-end (of super low-end) en al heb je daarvoor het hele huis verbouwt vanwege de optimalisering van de akoestiek, uiteindelijk staat of valt het allemaal met het primaire proces: de registratie van de muzikale prestatie - red.