| ACV houdt iedere 3e woensdag van de maand haar clubavond. Van iedere bijeenkomst wordt een uitgebreid verslag gemaakt, zodanig geschreven dat u een goed beeld kunt krijgen van de avond. |
Naar de verslagen van jaar 2001
Naar de verslagen van jaar 2002
Naar de verslagen van jaar 2003
Naar de verslagen van jaar 2004
Naar de verslagen van jaar 2005
Verslag audio avond Roland Neervoort Vanavond hebben we een heel bijzondere “zelfbouwavond”,
namelijk van mede bestuurslid en audiovriend Roland Neervoort. Roland is al
jaren actief als zelfbouwer. De eerste keer dat ik naar zijn installatie
luisterde zal ergens in 1998 zijn geweest. Hij draaide destijds met grotendeels
zelf gebouwde componenten. De speakers waren gebaseerd op Kef units met een
transmissielijn kast. Het was in die tijd een fraaie speaker waarvan het laag
erg diep ging. Roland had op dat moment alweer plannen voor een nieuwe speaker.
Ik werd door hem aangestoken, en ben daarop zelf ook met een eigen ontwerp
begonnen. De middentoner welke wij gebruikten was dezelfde unit, een Scan-speak
17 cm carbon woofer. Roland had binnen no-time een goed luisterbare speaker
neergezet. Ik ben er daarentegen mee gestopt omdat ik er niet het resultaat uit
haalde wat ik van tevoren voor ogen had. Des te groter werd het respect voor
het ontwerp van Roland. Ik heb immers aan den lijve ondervonden welke problemen
er komen kijken bij het ontwerpen van een luidspreker. In de loop van de jaren
heeft hij de luidspreker verder ontwikkeld, tot aan de speaker zoals deze
vanavond voor ons staat. Een hoogtepunt in de ontwikkeling van zijn luidspreker
is in mijn ogen 2002. Hij heeft toen een demo verzorgd binnen onze club waarbij
hij met top apparatuur zijn luidsprekers aanstuurde. Deze demo staat binnen de
club nog steeds als één van de referentie demo’s te boek. De overige apparatuur
was toen ook van topniveau. Roland had zijn eigen speakers nog niet eerder zo
fraai horen klinken. De eindversterkers waren van Atma-Sphere, een OTL buizen
ontwerp. Het kenmerk van een OTL versterker is dat er geen transformator in de
uitgang van de schakeling wordt toegepast (OTL=Output Transformer Less). Dit
heeft als voordeel dat de vervorming van de transformatoren en ook de beperkte
bandbreedte van de transformatoren wordt omzeild. Dit geeft een enorm levendig
en open karakter. Dit stond Roland erg aan en hij zou Roland bijna niet meer
zijn als hij dit niet zelf zou gaan bouwen. Zo geschiedde, en in 2005 zagen de
replica Atma-Sphere MA-60 eindversterkers het levenslicht. Deze versterkers
zijn technisch op een aantal punten aangepast en optisch kan Atma-Sphere er
zelfs een goed voorbeeld aan nemen. Wat een schoonheden! De eindversterkers. Het volgende project werd een zelfbouw buizen voorversterker
met ingebouwde phono versterker. Deze versterker moest in zijn geheel
gebalanceerd (symmetrisch) uitgevoerd worden, inclusief de phono versterker.
Deze versterker was in 2006 af. Deze set presenteert hij in zijn geheel tijdens
deze demo. De Maestro voorversterker. Er staat een bijzonder indrukwekkende set, en alleen
afgaande op het uiterlijk ben je al zeer onder de indruk zonder een noot
gehoord te hebben. De cd-speler is de oude, maar nog steeds erg goed
presterende Micromega Solo, en om de phono versterker te laten horen heeft hij
zijn Thorens TD125 platenspeler met Benz Micro ACE element meegenomen. Achteraf Deze demo zou voor mij een vreemde afloop krijgen. Ik vond
zelf het geluid nogal hard tijdens de demo, ondanks het zijige karakter van
zijn luidsprekers, zoals Roland het altijd noemt. Dit is niet de set zoals ik
hem ken. Dat gevoel bleef de gehele demo hangen, en gaf mij een onbevredigend
gevoel. Deze set kan zoveel beter presteren weet ik uit ervaring. Ook in de
Moriaan, want dat hebben we al eerder gehoord. Op een later moment heb ik naar Roland zijn set geluisterd
bij hem thuis. Hier heb ik vaak naar zijn installatie geluisterd, en het geluid
leek erg veranderd in vergelijk met mijn eerdere ervaringen met zijn set bij
Roland thuis. Ik hoorde hetzelfde als in de Moriaan: hardheid en een duf geluid
met een teveel aan laag. Zeker hardheid is zijn set vreemd. Roland heeft toen
de fase van de (aktief aangestuurde) woofers omgedraaid. Hiermee klonk de set
als vanouds. Met veel warmte en zeker in balans. Zo kende ik de set weer.
Waarschijnlijk heeft Roland in de Moriaan met dezelfde (foute) instelling
gespeeld. Erg jammer, want ik weet waartoe zijn set in staat is, en vond het de
avond van de demo er niet uitkomen. Ik was al bang dat de set op één of andere
manier niet meer klopte, er is immers veel veranderd, met name aan de
versterking. Weer later heb ik zijn voorversterker bij thuis beluisterd, en
vergeleken met mijn eigen voorversterker, de BAT VK-3i. Toen bleek dat zijn
versterker het heel erg goed doet, en op de meeste fronten de BAT achter zich
laat. De beschrijving hieronder is zoals ik het tijdens de demo
heb ervaren. Weet dan dat dit niet de set is zoals hij nu in werkelijkheid
klinkt. Luisteren De demo uit 2002 staat mij nog in mijn geheugen gegrift, en
onwillekeurig ga je toch een vergelijking maken. Tijdens de eerste noten werd
dat niet helemaal waar gemaakt. Het geluid bleef erg aan de speakers hangen en
klonk vrij hard. Ook was de laagweergave nogal prominent aanwezig. Ik vond het
op dat moment niet prettig om naar te luisteren. Tot aan de pauze kon het
geluid me niet bekoren. De speaker (met name de middentoner) heeft van nature
een donker klankkarakter. Scherpte of hardheid is dus een eigenschap die deze
speaker vreemd is. Het verwonderde mij dan ook dat er een scherp klankkarakter
naar voren kwam. Voornamelijk LP’s konden nogal eens gemeen hard klinken.
Verklaren kon ik het niet, maar het bleef aanhouden tot de pauze. Met gemengde
gevoelens en enigszins teleurgesteld ging ik dan ook de pauze in. Dit was een
heel andere speaker dan waar ik eerder naar had geluisterd. De ruimte in het
geluidsbeeld en openheid was weg, en had plaatsgemaakt voor hardheid. Roland
vertelde dat de versterkers nog maar net aanstonden vanwege een klein defect.
Mede door dit defect heeft hij het laag niet goed kunnen afstellen. Het laag
wordt namelijk aktief aangestuurd, en is apart op volume in te regelen.
Bovendien is de afstelling gedaan in een lege zaal. Met volle zaal wordt er erg
veel midden en hoog geabsorbeerd, waardoor het laag relatief meer de overhand
krijgt. Na de pauze was het geluid toch wel een paar stappen vooruit
gegaan. Het is wel vaker waargenomen in de Moriaan, maar dit verschil was
behoorlijk groot. Dit verschijnsel wordt vaak toegeschreven aan de vervuiling
van het net. We zitten immers vlak bij de Hoogovens. Verder stond de set
natuurlijk nog maar net aan, en was voor de pauze nog relatief koud. Vooral
buizenversterkers kunnen daar nogal eens last van hebben. Daarnaast had Roland
het laag iets terug gedraaid, en de set was een stuk beter in balans. Ondanks het teruggedraaide laag klinkt het nummer Crazy van
Casandra Wilson (Glamoured) op CD nog steeds erg vet. Deze opname heeft wel een
iets te aangezet laag, maar ook hier is het teveel van het goede. Persoonlijk
vond ik het teveel aan laag de demo overheersen dat luisteren bij sommige
muziek niet prettig meer is. Het is jammer dat Roland niet de tijd heeft gehad
om dit wat beter af te stellen. Een nummer van Miles Davis (Kind of Blue) klinkt erg
ingetogen. Dat geeft wel een heel intieme sfeer, maar ook hier mis ik soms wat
felheid. Een trompet is een “gemeen” instrument en kan heel fel klinken. Die
beleving miste ik een beetje. De lage tonen overheersen wat, en daardoor wordt
het hoog wat overschaduwd. Daarnaast komt het geluid niet helemaal los van de
speakers. Een verzoek nummer laat hetzelfde beeld horen. Wel stelt Roland de
Sub iets bij gedurende de avond, waardoor het laag wat minder overheerst en de
set wat minder ingetogen gaat klinken. Op dat moment ervaar ik de demo als een lichte
teleurstelling. Natuurlijk moet dit wel in het juiste licht worden bekeken.
Mijn referentie van zijn set is in 2002 gezet met topklasse apparatuur voor een
bedrag waar sommige mensen een huis voor aanschaffen. In dat licht bezien is de
teleurstelling natuurlijk niet representatief. Als je de verwachting vooraf
weghaalt blijft er een set over die optisch zijn gelijke alleen kent in een
zeer dure high-end set, en met de juiste afstelling gewoon goed presteert. Er
bleef echter iets knagen. Ik heb zo vaak naar deze set geluisterd, maar er
klopte iets niet deze keer. Uiteindelijk bleek er iets anders achter de
achterblijvende prestatie te zitten. In dit geval een klein detail wat
blijkbaar grote gevolgen kan hebben. Zoals ik de set later bij Roland heb
beluisterd is zoals ik hem weer kende. Kleine zaken die dus grote gevolgen
kunnen hebben. Dat is altijd het punt bij een demo in een relatief onbekende
zaal voor de set. Bovendien is het niet mogelijk om alles af te stellen met
publiek erbij, dus het blijft altijd een gok. In dit geval is die niet helemaal
goed uitgepakt. Ondanks dat heb ik toch erg van de demo genoten. Roland,
wederom bedankt voor de avond. Gebruikte apparatuur: ·
The Voice luidsprekers ·
Orchestra OTL mono eindversterkers ·
Maestro volledig gebalanceerde buizen voorversterker met mc
ingang ·
Micromega Solo cd-speler ·
Thorens TD125 draaitafel met SME 3009 improved arm ·
Benz Micro Ace mc element Website Roland:
Verslag Klaas Feenstra. Introductie: Na twee jaar mogen we weer Klaas
Feenstra van Perfect Performer luidsprekers verwelkomen. Wederom heeft Klaas
zijn loodzware spekstenen luidsprekers meegenomen. De grote luidspreker de SoundStone
30 wegen wel 140kg per stuk. Maar met een grote steekwagen met luchtbanden
is het voor Klaas geen probleem om de zware luidsprekers op zijn plaats te
zetten. Klaas heeft mij altijd
gefascineerd. Jaren geleden las ik altijd zijn luidspreker zelfbouw artikelen
van HVT en de voorlopers Proef op de som: Om aan de set te wennen wordt
eerst naar een stuk muziek geluisterd via de kleine SoundStone 16.5 luidsprekers.
Er wordt een evenwichtig geluidsbeeld neergezet. De set klinkt behoorlijk
neutraal. De meetmicrofoon wordt vervolgens op een statief midden tussen het
publiek opgesteld. Om te beginnen wordt op het linker kanaal daarna een witte
ruis weergegeven. Op de frequentie-analyser is dan goed te zien waar de bergen
en dalen zitten van het weergegeven geluidsspectrum. Via de equalizer wordt het
geluidsbeeld op het oog zoveel mogelijk recht getrokken. Voor het rechter
kanaal wordt deze meetprocedure herhaald. Via het luisteren naar een bepaald
muziekstuk met en zonder de equalising, wordt het effect van het inregelen op
het gehoor beoordeeld. Na het omschakelen worden flinke verschillen door de
luisteraars waargenomen. De meningen liepen echter uiteen. Ik hoorde zelf
duidelijk dat bepaalde frequenties er meer uit kwamen. Ik kan echter niet
zeggen wat ik beter vond: met of zonder gecorrigeerd frequentie-spectrum. Meerdere
muziekstukken worden op deze wijze vergeleken. Het resultaat was sterk
afhankelijk van het soort muziek dat werd gedraaid. Dat is natuurlijk ook
logisch, omdat elk soort stem of muziek instrument net even in een ander
frequentie gebied zit. Bij het ene of bij het andere muziekstuk heb je soms
meer behoefte aan toonregeling - want dat is eigenlijk wat je aan het doen
bent. . De meetsysteem. Na de pauze: Beide SoundStone luidsprekers. Conclusie: Ik vraag me af of een dergelijke
meting met een willekeurige microfoon wel zo zuiver is. Het maakt een enorm
verschil, waar je de microfoon in de ruimte plaatst. Als de microfoon
verschoven wordt, ziet de meting er ineens heel anders uit. Met het grote
systeem had ik geen behoefte om te corrigeren via een equalizer. De
luidsprekers klinken van nature al heel neutraal. Ik had juist eerder het
gevoel dat met de equalizer het geluidsbeeld werd verstoord. Een ander nadeel
is dat er weer extra elektronica in de signaalweg zit. Als je aan elektronische
roomcorrection wilt doen, moet je dat met gezond verstand aanpakken. Zo
eenvoudig is het namelijk niet. Je hebt met allerlei heel verschillende
parameters te maken, die je goed moet kunnen doorgronden. Je hebt onder andere
te maken met knopen en buiken in het weergegeven geluidspectrum in een bepaalde
luisterruimte.. Het is daarom heel belangrijk waar je de meetopstelling plaatst
ten opzichte van de luidsprekers. Door temperatuur verandering van de omgeving
kunnen er zelfs groepslooptijd verschillen optreden tussen luidspreker units
onderling. De snelheid van het geluid hangt af van de luchttemperatuur. Wat
deze aspecten betreft kun je daar heel ver in gaan. Ik vond het weer een zeer
leerzame avond. Klaas bedankt! Website van Klaas Feenstra www.Perfectperformer.nl Uw verslaggever, Roland Neervoort Naschrift Klaas: Wat de waardering van de
pogingen tot room correction betreft: ja, dat
Rock & Roll door
Rob Retz Vanavond hebben we iets heel anders. Als programmeurs van de
clubavonden proberen we een gevarieerd programma te bieden. Meestal draait het
om apparatuur. Nu staat de muziek centraal en wat voor een muziek. Onze gast
heet Rob Retz en hij is al bijna 35 jaar verzamelaar van 50-er jaren Rock & Roll. Zijn voorkeur en passie gaan uit naar het
mono tijdperk en specifiek de periode van 1954 tot 1963. Wat is er nu leuker
dan die oude muziek te draaien op een installatie uit die tijd. Voor deze avond
heeft ACV voor een juweeltje van een geluidsinstallatie gezorgd die precies
past bij deze avond. Want ons bestuurlid Roland Neervoort nam voor ons vanavond
het volgende mee:
De historische set Rob Retz staat bij insiders bekend als een internationaal
verzamelaar en heeft contacten over de hele wereld. Zo heeft hij een ruime
platenverzameling waaronder zéér unieke exemplaren. Waarom kunnen platen uniek
zijn, er werden toch (honderd)duizenden platen geperst?
Dit werd dan wel door de grotere labels gedaan. Kleinere
en/of zeer plaatselijk georiënteerde labels kwamen met honderden of enkele
duizenden exemplaren op de lokale markt.
In Amerika werden in die tijd de platen als de verkopen
tegenvielen, niet tegen gereduceerde prijs van de
hand gedaan. De platen werden door de maatschappijen ingenomen en opgeslagen in
oude schuren, of ze werden gerecycled. Dit laatste omdat de grondstoffen
schaars waren.
Veel van die schuren brandden tijdens die jarenlange opslag
af, waardoor hele collecties verloren zijn gegaan. De oorsprong van Rock &
Roll werd door Rob toegelicht aan de hand van een opbouw van jaren van uitgave
en ook van de stromingen die er uit zijn voortgevloeid. Rob kent 36 stromingen
van R&R, maar heeft het voor deze avond beperkt gehouden tot de stromingen
die vanuit de blues en country zijn ontstaan. Hij begon dan ook snel met het
draaien van muziek. Heel veel muziek werd er gedraaid. Een van de redenen is
dat het allemaal korte nummers zijn. In die tijd duurden de nummers tussen 1.30
min. en 2.10 min. Als een nummer héél lang was, duurde deze 2.30 min. De
oorzaak daarvan was dat in die tijd de muziek in jukeboxen werd afgespeeld. Hoe
korter het nummer, des te meer nummers er werden gedraaid en dus leverde de
jukebox dus meer geld op. Rob vertelde tussen de nummers door ook veel over de
achtergrond van de muziek die hij draaide. Ik heb een selectie gemaakt van wat
er onder andere werd gedraaid en uitspraken als "dit is een juweeltje" en "hier word ik vrolijk
van" die als rode draad door de avond gingen, loodste Rob ons op zeer
onspannen wijze naar het eind van de avond. Naarmate de avond vorderde begon
Rob ook steeds beweeglijker te worden. Rob opende de avond met een nummer van de LP Negro Prison
Songs (± 1952) die was opgenomen door Alan Lomax. Alan was een
"geluidsjager" en nam vreselijk veel op. De titel van de plaat zegt
het al, dit betreft het gezang van gedetineerden tijdens hun werk, hun
pikhouweel werd als ritme-instrument gebruikt. Wat direct opvalt is het
gespetter. Dat is even slikken, normaal gesproken blijft zo'n kwaliteits plaat
net zolang opstaan totdat ik bij de armlift ben. Rob is sinds kort de gelukkige
bezittter van een goede platenreiniger, maar doordat hij als verzamelaar
bijzonder omzichtig met zijn platen omgaat en hij absoluut niet wil dat de
labels ook maar een beetje vochtig worden, gaat in het reinigen veel tijd
zitten. Deze plaat had hij nog niet gereinigd. Ook was de kwaliteit van de
opname ronduit slecht te noemen. Het was gewoon dof. Maaarr….. wat klonk het
uniek. Geen gekunstelde zang, maar toch heel herkenbaar van films die deze
omstandigheden uit dit tijdsbeeld geven. En dit is dus meer dan een halve eeuw
oud, fantastisch. Als de plaat goed gereinigd is weet ik dat de
geluidskwaliteit met stappen vooruit gaat, dan zal het helemaal een juweeltje
zijn. Dit viel onder de noemer Rural blues, en was pure zwarte muziek. De blanke muziek rond die tijd was Country muziek, en dan
valt al snel de naam Hank Williams. De Thorens draaitafel (wie kent hem niet?) en Hank
Williams. Jazz werd veelal uitgevoerd door big bands, hiervan liet Rob
een stukje horen van de LP Barrelhouse, Boogie and the Blues (± 1954) van Ella Mea
Morse and Big Dave and his Orchestra.
De overstap werd gemaakt naar Delta Blues, afkomstig van de
delta in de staat Mississippi.
De lp I'm Tore Up met muziek van 1952 tot 1958, werd op de
draaitafel gelegd met een nummer van Ike Turner. Ike was zéér verdienstelijk
voor de R&R, niet zozeer als muzikant, maar veel meer als talentenjager.
Hij is dé ontdekker van o.a. BB King. (Dat zijn handjes erg los zaten was in
die tijd geen uitzondering in o.a de Southern States, dit is niet om het goed
te praten, maar meer om het tijdsbeeld weer te geven. De vrouwen waren in die
tijd veel vaker het slachtoffer van de onmacht en frustratie van de man)De overstap werd gemaakt naar de rhythm & blues, nee,
niet wat we nu R&B noemen, maar die muziek waarbij men een piano en/of een
saxofoon gebruikt. Deze muziek werd voornamelijk tijdens feesten en partijen
gemaakt of in bordelen. De reden van de laatste
was dat vaak in bordelen een piano stond. (schat, ik ga vanvond even naar de
hoeren, hoor…… neen natuurlijk niet, alleen voor muziek!). Amos Milburn werd gedraaid, wat leefde deze opname, alles
viel op zijn plaats. Rob kon het niet laten om toch ook nog even Big. J.
McNeeley (wie kent hem niet?) met zijn scheurende sax te laten horen. Ook hier
weer, absoluut niet audiofiel, maar wat een mooie uitvoering. Rockebilly was de volgende stap, uitgevoerd door het Johnny
Burnette trio. Een slappin’ bass, electrische-, en akoestische gitaar met zang
"meer heb je toch niet nodig" aldus Rob. Dit klonk als The Stray
Cats, maar dan rauwer en je proefde de oorsprong van deze muziek. Ook de plaat
van Eddy Cochran werd afgetast, voor velen van ons toch wel een bekende, maar
dit nummer weer nét even niet. Na de pauze heeft Rob het over dj-copies, ook een
verzamel-item. Dj-copies zijn platen met een hoge (pers)kwaliteit die ter
promotie door de platenfirma’s aan de platendraaiers werden verstrekt om in hun
radioprogramma te draaien. Het "pluggen" en de term DJ bestond toen
eigenlijk nog niet. De Djcopies verschillen uiterlijk door gebruik te maken van
een wit label i.p.v. de normale labelkleuren. Er zijn 4 DJ-copies in LP- vorm
uitgebracht gedurende de jaren 1956-1960 en deze hebben een bijzonder hoge
verzamelwaarde. Rob vertelde ook hoe hij kromme platen rechtmaakt. Neem 2
stuks glasplaten van 6mm dik, iets groter dan een lp en zorg ervoor dat deze aan de binnenkant
schoon zijn. Leg het vinyl ertussen en leg het geheel in bijvoorbeeld de
huiskamer (achter glas) in de zon. Onder het gewicht van de glasplaat zal de
plaat vlak gedrukt worden. Een andere methode is de oven op de laagste stand
zetten en de glasplaten met de plaat 7 à 8 seconden in de oven te leggen en er
daarna meteen weer uit te halen. Laat de glasplaten (in beide gevallen) nog een
etmaal op elkaar liggen zodat de plaat niet alsnog weer krom gaat
trekken. Rob waarschuwt er wel voor dat je deze
techniek het beste kunt proberen met platen die geen (emotionele)waarde hebben.
Het kan tenslotte ook mis gaan. Rob is dus een verzamelaar met passie voor R&R muziek en
draait óók de unieke platen echt i.p.v. ze alleen maar in de hoes te
laten zitten en er naar te kijken, Hij wilde ACV laten genieten van "zijn
" muziek, maar vertelde ook in het kort wat
dat verzamelen inhoudt. Hij toonde een paar van zijn bijbels waar hij zijn
informatie vandaan haalt en haalde. Het internet (E-Bay) is wat dat aangaat een
zegen, want er worden platen aangeboden en verkocht voor een belachelijke lage
prijs, omdat de verkopende partij geen idee heeft wat de waarde van de plaat
is. Zo heeft Rob al een paar keer een plaat voor 20 dollar gekocht die minstens
het 10-voudige waard is. Bij het kopen van platen beoordeeld Rob de plaat en
hoes tot op wel 18 punten. Deze verschilllen per
label en per tijdvak. Een paar belangrijke
kenmerken van de plaat zijn: het gewicht, de kleur en opdruk van het label, het
matrijsnummer en de rand van de label. Is deze er niet later opgeplakt
(vervalsing). Dan de hoes, is het (g)een foto, de kwaliteit, de beschadigingen
etc…
Als je deze (verzamel) platen wilt kopen is het dus verstandig
als je heel veel parate kennis hebt, vandaar dat Rob die dit al 35
jaar doet ook enkele miskopen heeft gedaan. Labels waar Rob helemaal "los" op
is, zijn SUN, KING, JUBILEE, LIBERTY, CROWN, en ATLANTIC. Rob Retz Een greep uit de collectie Terug naar de muziek. Rob legde een plaat op de draaitafel
van Buddy Holly's beginjaren. De plaat was pas uitgebracht na zijn dood.
(H)eerlijk opgenomen.Carl Perkins, Roy Orbison met Rock House, Frank Virtue, en
zelfs een zeer unieke, 10 inch Zuidafrikaanse persing van Elvis met Janis
Martin (wie heeft deze klassieker niet in huis?)
werd gedraaid.Als laatste werd nog aandacht besteedt aan de Doo-Whop.The Dubs, the Crests en Otis Williams & his Charms verzorgden de finale. Ach, hoe kun je zo een avond met zoveel originele
uitvoeringen goed afsluiten? Dat kan eigenlijk alleen maar met The Twist nee,
niet van Chubby Checker, maar van de originele (de 15-jarige) Hank Ballard met de Midnighters. Dit was echt een speciale avond met héél veel originele
muziek. Genoten heb ik met volle teugen van de aparte platen en de wijze waarop
Rob ons entertainde. Je merkt ook dat het geluidsbeeld van deze installatie met
deze platen goed bij elkaar past en dat het samen een
mooi geheel vormt. Roland, bedankt voor het meenemen van deze unieke
installatie. Namens ACV héél hartelijk bedankt, dat je met ons een stukje
historie van de hedendaagse popmuziek hebt gedeeld.
Demoavond Ed Kuhuwael met zijn eigen set Binnen het bestuur hebben we het er al een poosje over dat
het eens tijd wordt voor Ed Kuhuwael om een demo te geven, maar vanavond is het
dan eindelijk zover en de set van Ed staat in de Moriaan. In eerste instantie was Ed bezig met zelfbouw van met name
de luidsprekers, maar dat lijkt soms een lange zoektocht te zijn om het ware te
kunnen vinden. Na jaren zelf experimenteren besloot Ed toch om toch iets te
kopen, dit werden uiteindelijk de zeer fraaie Diapason Adamantes Limited Edition luidsprekers.
Tja en daar bleef het niet bij! Er kwam ook een nieuwe voorversterker (BAT VK-3i)
en een eindversterker (Graaf GM-20). De Graaf GM-20 OTL versterker. Later werd de set nog verder aangevuld met een draaitafel
van Nottingham Analogue, de Spacedeck, met een Benz Micro Glider. Inmiddels is
dit element en de arm ook weer vervangen, omdat de prestaties nogal bleken
tegen te vallen: arm Mörch UP4 unipivot met
element Dynavector DV17-D3. De CD speler (Marantz CD17MkII) is nog het enige wat van de ‘oude’
set over is gebleven en blijft nog steeds uitstekend te voldoen. Zo staan we
vanavond dan met een vrijwel nieuwe set, waarvan de meeste componenten trouwens
tweedehands zijn aangeschaft. Maar Ed heeft ze wel heel zorgvuldig uitgekozen. Ed vertelt over de draaitafel. Over hoe het lager van het
plateau is verbeterd, dit is voor een draaitafel een zeer essentieel onderdeel.
Ook optisch is de zaak aangepakt door de voet over te laten spuiten. Van
origine heeft de voet een korrelige laklaag met wat blauwe aders er doorheen. Nu
is het strak zwart geworden. Verder is er dus sinds de aanschaf een ander
element (Dynavector) en de Mönch-arm op gekomen. Het blijkt erg lastig te zijn
om hierbij de juiste match te vinden. In het verhaal vertelt Ed ook dat hij nu bezig is met de
akoestiek thuis. Dit is nu nog de zwakste schakel in de set en daar moet nu nodig
iets mee gebeuren. Om deze reden heeft hij nog niet veel aandacht besteed aan
de kabels. De akoestiek moet eerst goed zijn voordat je kunt bepalen welke
kabels het best matchen. Overzicht van de set. Nu over naar de muziek! Om te beginnen blijkt Ed een echte muziek liefhebber te zijn
en komt er een hoop minder gangbaar materiaal voorbij, wat mij betreft staat
een goede muziekkeuze al voor de helft garant voor een geslaagde avond. Het
geluid is erg open en gedetailleerd en het klinkt mooi los, het lijkt af en toe
of je naar breedband speakers zit te luisteren. Er werd op een flink geluidsniveau gespeeld waarbij af en
toe de grens van de set werd bereikt, de kleine luidsprekers en de 2x20 Watt
zijn niet gemaakt om op disco sterkte te spelen maar dat zal in een normale
woonkamer geen enkel probleem zijn. Het beste geluid was dan ook vooral op de
eerste rij - maar dat is vaak zo - wat opvalt is dat de kleine speakers toch
een kompleet geluidsbeeld neerzetten en dat je het onderste octaaf niet meteen
mist. Dit vind ik een knappe prestatie voor het Italiaanse merk! Liefhebbers
van echt diep laag zullen anders toch echt naar een veel groter systeem moeten,
voor Ed is het in elk geval voldoende. Daarbij wordt aangemerkt dat diep laag
vaak ook voor de nodige akoestische problemen zorgt. Phonotrappen test Voor deze gelegenheid zijn er twee extra Phonotrappen
meegenomen om de verschillen te beluisteren: 1
Musical surroundings Phonomena (prijs ca 900.-) 2
Zelfbouw hybride van de Audiofabriek (bouwpakket ca 1000.-) Uit deze test blijkt vooral dat de voorversterker en
belangrijk onderdeel is van de set en dat het beslist de moeite waard is om
hierin te investeren, de ingebouwde voorversterker van BAT blijkt al helemaal
niet verkeerd te zijn maar wordt overtroffen door de andere twee. Na een
blindtest is er middels een stemming gekozen voor de zelfbouw om daarmee verder
te spelen, dit is ook de enige VV waar nog (gedeeltelijk) buizen versterking
is toegepast. We kunnen terugkijken op een veelzijdige avond waarbij een
goede set te beluisteren was en goede muziek, de vergelijkingstest en
technische informatie maakt de avond dan ook erg afwisselend. Gebruikte apparatuur: Graaf GM-20 OTL buizen
eindversterker BAT VK3i voorversterker Nottingham Analogue Spacedeck Mörch UP-4 arm Dynavector 17D2 karat MC
element Marantz CD17-MKII Diapason Adamantes Limited
Edition Zelfbouw bekabeling puur
zilver Naschrift Ed: Tijdens en na de demo waren
wat opmerkingen dat de pick-up duidelijk achterbleef bij de cd-speler. Dat had
ik thuis ook al waargenomen, echter vanwege de akoestiek probemen thuis had ik
besloten verder te fine-tunen na aanpassing van de akoestiek. Gezien de totale opbouw van
de platenspeler zou dit theoretisch echter niet het geval mogen zijn. Samen met
clublid Berend is geprobeerd na de demo het element beter af te stellen in
de arm. De conclusie was dat het element niet geschikt is voor de arm. Ik ben
daarop teruggegaan naar de leverancier van de Mörch arm. Hieruit kwam dezelfde
conclusie. Inmiddels draait de pick-up met een ZYX element (RS-1000 Airy2), en
de pick-up speelt de sterren van de hemel. De Nottingham Analogue speelt de
cd-speler nu heel ver naar de achtergrond.
De eerste kennismaking met SACD was er een van herkenning,
dat geluidsbeeld dat ken ik, dat lijkt verdacht veel op het geluid van een
plaat!!. De platenspeler was i.v.m. onze jonge kinderen jaren geleden
"tijdelijk opgeborgen". Dit om te voorkomen dat een van onze telgen
die super d.j.'s na gaan apen en zodoende even met mijn Dynavector-element gaan
scratchen. Voor mij is het duidelijk SACD en DVD audio moeten hun succes,
ondanks dat ze nu al jaren bestaan, nog bewijzen. Het aanbod van software is nog
niet indrukwekkend en zal dat waarschijnlijk ook niet worden. De maatschappij
is veranderd, 30 jaar geleden waren er nog veel mensen in mijn omgeving die
een plaatje opzetten en daar met aandacht naar luisterden. Recentelijk heb ik
nog aan mensen in mijn omgeving gevraagd of zij nog "echt " naar
muziek luisteren. Buiten de audiofielen zei eigenlijk iedereen dat ze dat niet
meer doen. Muziek is gedegradeerd als tijdverdrijf tijdens het reizen, en bij
voorkeur op zo'n handige MP3 speler. Natuurlijk komt het ook doordat er zoveel
is. Een onbeperkte keus op TV, (muziek)DVD 's en computer met internet en we
gaan ook vaker naar de sportschool en natuurlijk met vakantie. Daarbij is het
leven is een stuk hectischer dan vroeger. Ondanks het bovenstaande bestaat er nog een groep mensen die
wel gericht luisteren naar muziek en proberen, voor zichzelf, de hoogst
mogelijke kwaliteit te halen. Van die groep is er een groeiend aantal die het
zwarte goud (her)ontdekken. De oude plaat heet nu dus zo; het zwarte goud of vinyl. De Pick-up heet draaitafel, door het ontbreken van RIAA
correctiefilter in de huidige versterkers hebben we phonotrappen. Veelal
geschikt voor het aansturen van MM als wel MC elementen. Tot zover mijn geestelijke dwalingen over tijdsinvulling en
afspeeltechnieken en over op: Het afstellen van arm-element combinatie. 21 juni 2006, de laatste avond voor de zomervakantie,
Nederland tegen Argentinië, met een opkomst in ons clubhuis die boven
verwachting is. Clublid Frans is er, zoon Ralph laat het afweten, dus toch een
audioliefhebber die ook naar voetbal kijkt? Toen ik aankwam was clublid Berend
al aan het opbouwen, Arie was ook al aanwezig. Berend Duinkerken, een grote
kerel met handen als kolenschoppen (als dat maar goed gaat met deze fragiele
apparatuur….) verzorgde de avond en kreeg de volledige ondersteuning van ACV.
Berend had zijn phonotrap, versterker, bekabeling en speakers meegenomen. Arie
de CD speler en zijn Van Den Hul "the Frog" element. Roland bracht de
videocamera en de van Jan geleende beamer mee. Mijn draaitafel werd gebruikt
voor de afsteldemo. Het moge duidelijk zijn dat alle bewegingen minutieus op
het scherm te volgen waren. Berend heeft zijn liefde voor audio gekregen tijdens zijn
werk als verpleger in een psychiatrische inrichting. Hij
wist nog tot in detail te vertellen uit welke componenten deze installatie van
zijn collega bestond. Zijn voorliefde voor vinyl is later
gesterkt door de Aring draaitafel modificatie. Berend heeft zich ook verdiept
in het afstellen van draaitafels. Zo heeft hij in de loop der jaren een grote
parate kennis opgedaan over de kenmerkende verschillen tussen de diverse
draaitafels, zoals het gebruik van een
sub-chassis of vaste opstellingen en tussen direct drive, (multi)snaar-, of
tussenroloverbrenging in de aandrijving van het plateau. Berends voorkeur gaat
bij de aandrijving uit naar de snaaraandrijving omdat o.a. de snaar de rumble
dempt. Veel andere onderdelen en belangrijke parameters zijn even kort
besproken tijdens de introductie van de demo. Even een korte samenvatting van wat er ondermeer is gezegd.
Het uitgangspunt bij het afstellen vormt het element. Afhankelijk van de
compliantie (beweeglijkheid van de naald) kies je de bijpassende arm. Kies bij
een hoge compliantie bij voorkeur voor een lichte arm. Een moving magnet (MM)
is beweeglijker dan een Moving Coil (MC) element. Slecht sporen is negatief
voor zowel de plaat als de naald. Bij een MC element geniet zilverbekabeling de
voorkeur, maar bij een MM element kan dit soms juist leiden tot een zekere
ongewenste scherpte in de klank. De derailleurolie van Kroon (Halfords) is
gebaseerd op teflon en dit blijkt een uitstekende olie voor de lagers van de
draaitafel. Clearaudio naaldreiniger lost het vuil echt op, andere merken - op
alcohol basis - willen nog wel eens wat residu
(vaste deeltjes) achter laten. Bij elementen met een holle cantilever liever
geen vloeistof gebruiken: die kunnen de vloeistof opzuigen door capillaire
werking van de holte. Dit kan tot beschadiging leiden van de gevoelige interne delen
van het element. Dempers geven een remming op de arm waardoor er een hogere
slijtage van het element optreedt. Bij een koolstof platenborstel heel zacht
drukken, de fijne punten van de koolstofhaartjes moeten namelijk de gelegenheid
krijgen het vuil uit de groef wippen. Voor de aanvang van de demo waren de verbindingsschroeven
tussen de headshell en het element vervangen, omdat ze te zwaar waren
uitgevoerd. In het contragewicht werden er 2 dummy plaatjes verwisseld voor 2
loodplaatjes, omdat The Frog behoorlijk zwaarder bleek te zijn dan mijn huidige
element. De camera en beamer werden scherpgesteld op de draaitafel,
zodat alle handelingen goed waren te volgen. Het was intussen al na de pauze en
het echte afstellen kon beginnen. De arm werd op hoogte gebracht zodat de arm
evenwijdig met het draaiplateau (met plaat) staat. De fouthoek werd met door middel van een mal afgesteld ( zie
fig. 1). Ook hier moet rustig de tijd voor worden genomen: des te nauwkeuriger
de afstelling gebeurd, des te beter het eindresultaat (lees het geluid). Al snel werd de testplaat op de draaitafel gelegd en werd
"het sporen" bekeken. Doordat de gewichtsinstelling, op de arm, naar
een veel te hoge waarde opliep, werd toch maar even het
naaldkrachtbalansenschaaltje erbij genomen. Wat ik al wist, kwam ok nu weer
naar voren: er klopt niets van de schaalverdeling van mijn SME 3009 arm. Dus de
naalddruk kon in dit geval rustig omhoog geschroefd worden totdat de sporing in
orde was. Als echter de instelling van de naalddruk buiten de specificaties van
de fabrikant komt is er een grote kans dat het element niet meer in orde is. Op het gebied van dwarsdrukcompensatie zijn ook nieuwe
inzichten. Sommige fabrikanten schrijven nu een minimale dwarsdruk voor. Dit
is weer afhankelijk van de naaldvorm, element en arm. Berend gebruikt als
uitgangspunt de kanaalsterkte. Met behulp van de VU meters van een cassettedeck
controleerde hij of beide kanalen even sterk uitstuurden. Waar ook veel aandacht aan werd gegeven is de armresonantie,
geen resonantie is ideaal maar dat is een utopie want elk materiaal heeft een
trillingsgetal. Als de armresonantie rond de 10 Hertz ligt heb je
er weinig last van en presteert de combinatie optimaal. Dit kan worden
bijgesteld door eventueel de headshell te verzwaren. Nu was de draaitafel gereed om muziek te maken. In het begin
van de avond waren diverse platen gedraaid om gewend te raken aan het geluid
van de audioset. Nu konden we horen of het zuiver afstellen zijn vruchten had
afgeworpen. De eerder op de avond waargenomen scherpe kantjes in het
geluidsbeeld waren nu ineens weg.Alles klonk aangenamer, de piano klonk voller,
de akoestische gitaar werd natuurlijker neergezet. Het stereobeeld werd in
breedte en diepte duidelijk mooier weergegeven. Op mijn luisterplaats voorin,
waarbij ik toch ver binnen de ideale luisterdriehoek zat, hoorde ik duidelijk
klanken vanuit het midden komen. Ik wisselde nog wel van plaats en constateerde
dat achter in de zaal het geluid meer homogeen was en de plaatsing een stuk
duidelijker. Berend gaf aan de hand van diverse muziekstukken aan waarom
hij juist deze nummers als referentie had gekozen en vertelde daarbij ook
waarop te letten bij de weergave van de gekozen muziek, dus waar het mis kon
gaan. Het vergelijken met de top cd-speler kon geen doorgang
vinden omdat er geen geluid uit de cd-speler kwam. Op zich jammer voor deze
test, maar ik hoop dat Arie geen hoge kosten hoeft te maken voor de reparatie
en dat we de test nog een keer kunnen doen. (Naschrift: thuisgekomen bleek de
speler het gewoon te doen, liet Arie mij daags na de demo weten). Uit de reacties die ik heb mogen ontvangen bleek dat dit een
zéér geslaagde en leerzame avond was, ik heb er in ieder geval van genoten.
Bewondering voor Berend, die uiterlijk rustig bleef tijdens het handmatig
opleggen van de naald op de draaiende plaat, de duidelijke uitleg en het
beantwoorden van de vele vragen. Berend, namens Audio Club Velsen, héél hartelijk bedankt
voor deze fijne avond. Rob. Gebruikte apparatuur: Draaitafel; Thorens 126 MKII met SME 3009 Arm Element; The Frog van Van Den Hul Phonotrap; Trichord Dino Plus…….. Versterker; Lynn…Majik……….. Speakers: Diapason Micro MK 3 Interlinks: QED Silver
Spiral, Cardas Cross Speakerkabels: Kimber 8 TC Hans Pol van Pol Audio uit
Baarn. Thema: Een gepassioneerd muzikaal
verhaal – luisteravond met Hans Pol (Pol Audio). Deze avond werd gevuld door
een oude rot in het vak, namelijk Hans Pol uit Baarn. Muziek en muzikaliteit
staan bij hem altijd voorop. Techniek is het middel, oud of nieuw maakt niet zoveel
uit. In de Laanstraat in Baarn
vindt u Pol Audio, de audiozaak waar de mens
centraal staat, weblink http://www.polaudio.nl.
NB Zie naschrift, de winkel van Hans is inmiddels helaas gesloten. De luisterruimte was goed
gevuld en door de ontspannen en hartelijke aanpak van Hans heerste er een
rustige atmosfeer. Hij trok de aandacht van de aanwezigen gemakkelijk naar zich
toe. Hans had voor onze club twee
sets Original Master Loudspeakers (OML) meegebracht. Deze luidsprekers zijn
afkomstig van een gloednieuw amerikaans merk, namelijk Mobile Fidelity.
Eén set Minimonitors type OML-1 (2-weg), plus als echte primeur in Nederland de
OML-2 vloerstaander – een 2.5 weg-systeem. Afgezien van de kast hebben ze veel
met elkaar gemeen: beide zijn prachtig afgewerkte basreflexsystemen die beschikken
over exact dezelfde luidsprekereenheden. In het hoog wordt loopt het bereik
door tot zeker 22 kHz, de OML-1 houdt het vanaf 50 Hz en lager wel voor gezien,
de duidelijk forser gebouwde OML-2 loopt door tot 38 Hz. Het Mobile Fidelity
luidsprekerconcept werd bedacht door dezelfde groep mensen die achter het
roemruchte platenlabel Mobile Fidelity Sound Lab (MOFI) zitten. Zoals wel vaker
hebben zij uit onvrede over de reeds bestaande professionele studiomonitoren
deze eigen luidsprekers gebouwd – althans zo gaat het verhaal. Omdat men merkte
dat er ook vanuit de consumenten interesse bestond voor een neutrale en eerlijk
weergever hebben ze de productie uitgebreid richting deze markt. Als onberispelijke muziekbron
fungeerde de Accuphase DP-67 Cd-speler. Hans wilde ons o.a. het verschil in
klankbenadering laten horen tussen een geïntegreerde solid-state Accuphase
versterker (E-213) en de Prima Luna Prologue One buizenversterker. De laatste
is naar nederlands ontwerp gebouwd in het verre oosten. Een van de
belangrijkste features is het zogenaamde adaptive auto bias servo-systeem, dat
behalve een positieve invloed op de klank ook het gebruiksgemak zou vergroten:
na het vervangen van een buis hoeft de bias niet opnieuw te worden ingesteld. Hans
was zelf ook benieuwd hoe een en ander zou gaan klinken, de grote luidsprekers
waren zo nieuw dat hij er nog weinig luisterervaring mee had opgedaan. Hans startte met de vraag
waar de clubleden nu zelf thuis mee spelen. Deze serieuze belangstelling heeft
nog geen enkele demonstrateur getoond! Hans vertelde daarna gepassioneerd over
zijn achtergrond, beweegredenen en historie als hifi-verkoper en over zijn
insteek bij het samenstellen van een hifi-set. Hij probeert zich echt in te
leven in de wensen van zijn klanten zonder daarbij zijn eigen mening te
verdoezelen. Daarbij repte hij over zijn ervaringen met bepaalde merken, zoals
die met het merk Accuphase dat voor velen uiteindelijk toch een soort
referentie vormt door de jaren heen – en ze komen zelden terug voor reparatie,
zo voegde hij toe. Zijn verhaal werd voor de
pauze geïllustreerd met door Hans uitgekozen muziekfragmenten van allerlei
herkomst. Van Peter Gabriel tot Slagerij van Kampen. Gewone luistermuziek stond
centraal, geen specifieke audiofiele opnamen. Voor het gemak had Hans de
fragmenten samengebracht op een CD-R. Ze vormden zo onderhand een vaste waarde omdat
hij de diverse tracks door en door kent. Als eerste werd de kleine minimonitor
beluisterd op de Prima Luna versterker. Een goede match zo leek het. Er werd
een prettig, redelijk neutraal beeld neergezet met een lekker ritme: echte
‘levende’ muziek. Dat de bas soms wat ongecontroleerd overkwam, deed daar niets
aan af. Dit versterkte de neiging tot een af en toe bombastische geluid.
Typische kwaliteiten van een amerikaanse luidspreker c.q. geluid? De stemweergave
was zeer mooi, natuurlijk, present en voorzien van wat menselijke warmte. Het totale
geluid vulde echter niet de gehele ruimte, het bleef wat aan de luidsprekers plakken.
De Accuphase versterker gaf
op dezelfde set een heel andere indruk. Hier heel veel details, kracht en
controle, met ook weer een neiging tot een wat bombastisch geluid. Dat lijkt
dan toch meer een eigenschap van de luidspreker te kunnen zijn. Dit werkte wat
sneller luistermoeheid in de hand. De muzikale presentatie is neutraler, maar
hierdoor iets minder levendig dan met de Prima Luna. Hierna werd voornamelijk naar
de grotere OML-2 geluisterd. Dat was jammer want gezien het enorme prijsverschil leek die kleinere OML-1 mij
interessanter om uitgebreid en met twee heel verschillende versterkers aan de
tand te voelen. Maar die nieuwe luidspreker vormde uiteindelijk natuurlijk wel
de primeur van de avond en verdiende daarom alleen al de nodige aandacht! De
grote OML vertoonde eenzelfde karakter als de kleine. Samengevat: beide OLM typen bleken pittige dynamische luidsprekers,
waarbij mij met name de stemweergave positief opviel. In combinatie met de versterkers
viel mij op dat de Prima Luna naast de stemweergave vooral een grote muzikaliteit
ten toon spreidde. Gezien de kostprijs een topprestatie. Het zijn duidelijk twee verschillende benaderingen die
allebei goed presteren. Het is een kwestie van smaak hoe de voorkeur uitvalt.
De Accuphase kost echter wel twee maal zoveel als de Prima Luna. De Prima Luna
presteert in verhouding dus opvallend goed. De match met de gebruikte
luidsprekers leek echter niet helemaal optimaal. Dat ging dan gepaard met een,
iets te losse, ongecontroleerde en af en toe vervormde weergave. Ongecontroleerd
vooral in de bas en vervorming in het mid/hoog, zoals bijvoorbeeld bij Kari
Bremnes. Prima Luna had het soms hoorbaar moeilijk met het aansturen van de
grote OML-2. Met de Accuphase viel alles
redelijk op zijn plaats. Geen opvallende minpunten. Dat mag ook wel gezien het
prijspeil. Vooral de enorme controle en autoriteit viel op. Plus meer details –
zo leek het althans - dan via de Prima Luna. Een strakke, neutrale basweergave leek
zelfs voor de Accuphase soms een probleem, hoewel minder daa. Dit kan wellicht
op het conto van de luidspreker of de akoestiek worden gezet. Ik wil Hans Pol nogmaals
bedanken voor de aangename en mooie muziekavond. De beluisterde set: Luidsprekers van Mobile
Fidelity – OML-1 minimonitors (1800 euro/set) en OML-2 (4800 euro/set). Accuphase Versterker E-213
(3250 euro) Accuphase DP-67 Cd –speler
(6000 euro) Prima Luna Prologue One
versterker (1200 euro) René Olivier Naschrift Hans Pol heeft deze zomer
helaas moeten besluiten zijn audiowinkel in Baarn te sluiten. Hij merkte de
laatste jaren dat de belangstelling voor hoogwaardige audio tanende was. Er
kwamen te weinig nieuwe klanten. Hij bezint zich intussen op de toekomst. Hij
wil zijn lange ervaring en kennis op audiogebied op een of andere manier
blijven gebruiken. Daarnaast heeft hij een audiomuseum welke hij eind 2006 voor
het algemeen publiek wil gaan openstellen. Op dit moment loopt de uitverkoop
van het resterende winkel assortissement nog door en blijft hij voorlopig
bereikbaar voor de verkoop van occasions en advies bij aankoop.
Van
Duppen loudspeaker design Deze keer
verwelkomen wij Dennis Van Duppen. Sinds 2004 is Dennis actief met de door hem
opgerichte Van Duppen luidsprekerfirma. Zijn creaties kenmerken zich door een
zeer stevige kastconstructie gecombineerd met high-tech luidsprekereenheden en
componenten, oog voor detail en een zeer fraaie afwerking. De klant kan die
afwerking in ruime mate zelf kiezen om de luidsprekers zo goed mogelijk in zijn
of haar interieur te kunnen integreren. De fraai gevormde Van Duppen luidsprekers Dennis
heeft twee modellen meegenomen, het eerste (model Breeze) is een relatief
compacte tweeweg monitor met een magnesium woofer en een magnetostaat. De Breeze
draait alweer wat langer mee in de luidsprekerlijn en is sinds kort opgewaardeerd
met betere filteronderdelen van Mundorf. De tweede
luidspreker is de nieuwste creatie en draagt de naam Rhythm & Pace, een
groot systeem in twee behuizingen. Het onderste deel is voor het laag en bevat twee
woofers welke aan zijkanten gemonteerd zijn, in de topkast bevindt zich de middentoner
en tweeter. De Rhythm & Pace luidspreker De
luidsprekers kunnen uiteraard niet zonder de nodige aansturing, daarom nog even
wat over de rest van de set welke beschikbaar is gesteld door de Audiofabriek: De
versterking werd verzorgd door een voor en eind combinatie van PS Audio, De GCP
voorversterker en de GCA eindversterker van maar liefst 2x 500Watt. PS Audio
maakt gebruik van klasse D techniek, deze technologie is uiterst efficiënt met
energie maar had geen echt goede naam in de High-end wereld. Tegenwoordig zien
we steeds vaker dat deze technologie meer en meer wordt toegepast in de
serieuze HiFi en bij luistertests ook nog eens weet te overtuigen. PS Audio
maakt nog gebruik van een conventionele voeding i.p.v. een geschakelde voeding,
dit geeft zeker een voordeel vanwege de grotere energiereserve. Als bron
werd een Audio Analogue Maestro CD speler gebruikt. Voor de bekabeling
is er gebruik gemaakt Kimbercable……..???? hier mis ik nog wat info ? Eerste
indruk: Tijdens
het opstellen van de set worden we geconfronteerd met het enorme gewicht van de
luidsprekers, zelfs de compacte Breeze valt dan nog tegen. Wat als
eerste opvalt wanneer de apparatuur staat opgesteld is de prachtige afwerking,
met name de Breeze valt bij mij erg in de smaak! Het is een echte design
luidspreker. De Rhythm
& Pace lijken helemaal niet zo groot als dat ik eerst dacht, dit komt
vooral door de vormgeving want ze zijn eigenlijk wel fors gebouwd. Intussen is
het 20.00 uur en er is een flinke opkomst van de clubleden, na wat bestuurlijke
mededelingen is het woord aan Dennis! Er volgt een korte intro waarin hij
vertelt over de verschillende modellen. Naast de Breeze zijn er nog de grotere
Mistral en het topmodel Tornado, kenmerkend is dat deze luidsprekers allen zijn
uitgevoerd als tweeweg systeem met een magnetostaat en Seas woofer. De Rhythm
& Pace is opgebouwd vanuit een totaal ander concept, deze is opgebouwd als
drieweg met een normale 19mm dometweeter. Dennis
vermijdt in zijn ontwerpen vooral parallel lopende panelen, hierdoor is er
minder dempingsmateriaal nodig en heeft het systeem meer levendigheid en
energie. René Houthuizen vertelt namens de
Audiofabriek nog wat over de toegepaste elektronica en daarna kan de muziek
beginnen. Er wordt gedraaid met de Breeze, deze weet al meteen een overtuigend
geluidsbeeld neer te zetten. Deze luidsprekers hebben vooral een analytisch
karakter terwijl het laag behoorlijk aanwezig is, deze Breeze bevalt mij wel. Er
deed zich nog even iets vervelends voor, toen een CD met Kopieerbeveliging werd
gedraaid. De CD speler ging op slot en moest uiteindelijk helemaal gereset
worden om er weer leven in te krijgen! Het betrof hier een CD van Norah Jones
van het label Bluenote, een label waarvan ik dergelijke fratsen niet direct van
verwacht eigenlijk. Er zijn al veel klachten over dit soort beveiligingen
geweest, dus dit afspeelprobleem is niet nieuw. Deze CD’s zijn niet gemaakt om overal
betrouwbaar afgespeeld te kunnen worden – dat hoort erop vermeld te worden. Na de
pauze stonden de Rhythm & Paces aangesloten, meteen wordt duidelijk dat
deze luidsprekers in het laag meer te vertellen hebben. Er werd op een
behoorlijk geluidsvolume gespeeld en dat konden de speakers ook gemakkelijk
aan, sommige aanwezige luisteraars vonden het laag wat te veel van het goede,
maar die mening deel ik zelf niet. Ik vind dat als je op zo’n hoog volume gaat
spelen, dat je het laag ook moet voelen en dat deed het ook zonder echt te
overdrijven. Het laag was niet alleen indrukwekkend, maar ook strak en goed
gecontroleerd, je kon ook merken dat de PS Audio versterker een flinke reserve
in zich had. De weergave gaf vooral een echt live gevoel met een groots
geluidsbeeld, in het bijzonder de track met veel percussie klonk levensecht. Zelf was
ik vooral gecharmeerd van de Breeze, vooral door zijn fraaie hoog weergave. De
luidspreker klinkt erg gedetailleerd en heeft een zeer analytisch karakter, het
geluidsbeeld is groots en diep, zonder gaten. In het laag gaat de Rhythm
&Pace veel dieper en is enorm dynamisch, vooral deze luidspreker biedt een
enorme live beleving en kan gemakkelijk op een hoog volume spelen. De luidsprekers
zijn pittig geprijsd maar dan heb je ook wat, een combinatie van ambachtelijk
gebouwde kasten met de beste units. Als je ziet wat voor constructie er is
toegepast in de luidspreker, dan is het wel te begrijpen dat dit bijzonder veel
werkuren vertegenwoordigd, echt hollands handwerk dus! De muziek
die er gedraaid werd was zeer gevarieerd, in het bijzonder in de categorie
wereld muziek zaten diverse interessante tracks. Verder de nodige goede jazz en
wat klassiek, kortom ook qua muziek een interessante en afwisselende avond. Ik ben
zelf in elk geval weer aan het bestellen gegaan en heb voor Norah Jones maar de
LP genomen, die hebben geen gezeur met ‘copy protection’.
Daluso luidsprekers met Harmonix tunings-producten 15 maart 2006
Vanavond ontvangen we Ed Doggen van Daluso luidsprekers. Ed
is de grondlegger van het merk Daluso. Vanavond laat hij ons horen waartoe zijn
luidsprekers in staat zijn. Daarnaast wil hij ons laten ervaren wat er met
tuning van de installatie verder nog mogelijk is. Hij doet dit met producten
van Harmonix waarvan hij de leverancier is. Daluso luidspreker Ed heeft jaren bij Nedcar gewerkt. Eerst als chemisch
analist/materiaalspecialist, later als productie-engineer/laktechnicus. Eind
jaren '80 werkte hij aan zijn eerste luidsprekers van beton en aluminium als
hobby-project. Begin jaren’90 onderzocht hij de eerste commerciele
mogelijkheden met aluminium als basismateriaal. Door de jaren heen verfijnde
hij de luidsprekers steeds. Al vroeg raakte hij ervan overtuigd dat wat er dan
staat de strijd aan kan met bestaande producten op de markt. Begin van de 21e
eeuw zijn de vestigingsregels omtrent een eigen bedrijf dermate veranderd, dat
hij de stap durft te nemen om voor zichzelf te beginnen. Zijn luidsprekers
waren op dat moment al rijp voor productie. Zijn kennis heeft hij voornamelijk opgedaan in zijn werk bij
Nedcar opgedaan. De basis van het ontwerp is aluminium, gezien zijn
arbeidsverleden is dit geen onlogische keuze. Aluminium is een redelijk
onconventioneel materiaal voor wat betreft luidsprekerkasten. Enkele van de
belangrijkste redenen om voor dit materiaal te kiezen zijn de vormvrijheid en
dat een kast van aluminium kleiner kan zijn qua omvang dan een houten variant.
De wanddikten zijn immers veel kleiner. Hierdoor heb je bij een gelijke
kast-inhoud een kleiner buitenformaat. De kast is volledig opgebouwd uit geëxtrudeerde aluminium
profielen. Bij de extrusie van aluminium wordt het materiaal (bij 500 graden)
onder zeer hoge druk door een mal geperst en getrokken, waardoor een profiel
ontstaat. Als er voldoende materiaal wordt toegevoegd kunnen profielen van
oneindige lengten worden gemaakt. De enige beperking aan de uiteindelijke
lengten is van productie technische aard. De verschillende speakermodellen
worden gemaakt door het profiel in bepaalde lengten te zagen. Een goed
doordacht ontwerp. Ed is hierbij niet over één nacht ijs gegaan. Alle
bevestigingspunten zitten bijvoorbeeld al in het profiel. Zodoende kan er
bespaard worden op productie kosten. De gefreesde kasten worden tot slot
gezandstraald en geanodiseerd. Overigens is de kast op bestelling ook in lak te
leveren in elke bestaande RAL kleur en metallic lak. Daarnaast is het aantal
keuzemogelijkheden voor de afwerking nagenoeg onbegrensd: Het aluminium kan
gepolijst worden of verchroomd of worden voorzien van een marmer- of houtprint,
roestend ijzer-look enzovoort. De website van Daluso geeft meer informatie
omtrent de afwerkingmogelijkheden. De luidspreker waar we vanavond naar luisteren is een
vloerstaander met de naam Dutch Basic XL. Deze bestaat uit een 90 cm hoge kast welke zich erg slank voordoet. Er is één co-axiale breedband unit gebruikt. Deze
verzorgt het gehele geluidsspectrum en dat heeft als voordeel dat er maar één
afstraalpunt is vanwaar de muziek op de luisteraar afkomt. Doordat de units uit
hetzelfde vlak afstralen worden fasefouten voorkomen. De enige filtering die
wordt gebruikt is een condensator voor de tweeter. Door die geringe filtering
worden slechts minimale fasefouten geïntroduceerd, wat theoretisch voor een
meer natuurgetrouw geluidsbeeld moet zorgen. Alle ontwerpen van Daluso zijn basreflex kasten. Twee
poorten zitten aan de onderkant waardoor er een lichte akoustische versterking
met de vloer ‘als achterwand’ ontstaat. Hierdoor wordt de speaker ook wat
minder kritisch wat plaatsing betreft. Het programma van Daluso bestaat uit diverse modellen welke
door hun grootte voor verschillende toepassingen kunnen worden gebruikt. De modellen
worden aangeduidt met XXL, XL, L en M waar deze namen logischerwijs staan voor
de grootte van een model. Vanaf de XL zijn er ook modellen als
centerluidspreker, waar de toevoeging “c” aan de modelbenaming is toegevoegd. De gebruikte demo-apparatuur is van Sphinx. Ed gebruikt
alleen een cd-speler (Project nine) met regelbare uitgang en een stel
monoblokken (Project Twelve) als eindversterking. Helaas bestaat het merk
Sphinx niet meer, want er werden erg mooie producten gemaakt door deze
Nederlandse fabriek. Ik ken de mono eindversterkers van Sphinx erg goed,
aangezien ik er zelf een aantal jaren met veel plezier naar heb geluisterd. De
klank kenmerkt zich als zeer snel en analytisch. Hier dient rekening mee te
worden gehouden bij de combinatie met andere componenten. Normaal gesproken wordt er een playlist gemaakt,zodat de
luisteraars achteraf kunnen bekijken waarnaar ze hebben geluisterd. Helaas is
Ed slecht in namen en van de gepresenteerde muziek weet hij de uitvoerenden
niet. Erg jammer want persoonlijk weet ik graag waar ik naar luister. De
muziekkeuze is daarnaast wat beperkt, omdat steeds naar dezelfde nummers wordt
geluisterd in verband met de demonstratie van Harmonix. Dit om een goede
vergelijking te kunnen maken. Ed begint met een klassieker, namelijk Tin Pan Alley van
Stevie Ray Vaughn. Het eerste wat opvalt is het ingetogen geluidsbeeld zonder
enige scherpte. Dat is voornamelijk een verdienste van de luidspreker gezien de
analytische klank van de Sphinx producten. De spreiding is extreem goed. Zelden
heb ik een speaker in onze demo ruimte gehoord welke zo'n enorm geluidsbeeld
laat horen. De klank is zeer natuurlijk en de stem staat rotsvast in het
midden. De ss-en worden wel wat gedempt weergegeven. Het laag is warm, maar
schoon en gedetailleerd. Eerlijk gezegd ben ik wat overdonderd door de goede
start die de speakers maken. Meestal resulteert dat in een systeem waar je niet
langdurig naar kunt luisteren omdat een bepaalde luistermoeheid optreedt. Niet
in dit geval. De speakers blijven boeien en later zal het alleen nog maar
mooier worden. Ed heeft namelijk nog een paar troeven achter de hand, welke
opmerkelijke resultaten zullen laten horen. Blijf dus lezen. Hoe langer ik naar de speakers luister des te meer ben ik
onder de indruk van het enorme geluidsbeeld en de natuurlijkheid van deze
speakers. Ik had eerlijk gezegd verwacht dat de luidsprekers wat zouden kleuren
gezien de materiaalkeuze, maar niets is minder waar. Bij het eerste nummer meen
ik wat kleuring in het mid-laag waar te nemen, maar later heb ik dat niet meer
terug gehoord. Zit waarschijnlijk in de opname. Alles wordt erg schoon
weergegeven, voor mij persoonlijk een genot om naar te luisteren. Natuurlijk
ontbreekt het allerlaagste octaaf in de muziek, maar er komt veel voor terug.
Zo luister ik zelf al een tijd met veel plezier naar een stel monitor
luidsprekers. Dergelijke luidsprekers hebben hun beperkingen in het laag, maar
er staan vele voordelen tegenover. De Daluso's zijn te vergelijken met
dergelijke monitoren. Dezelfde beperking aan de onderkant van het
geluidsspectrum, maar wel een enorme spreiding en coherentie van het geluid
waar weinig grotere speakers toe in staat zijn. Overigens hoor ik van mensen achterin de zaal wat minder
goede berichten. Het laag zou wat teveel druk hebben in verhouding met het
mid/hoog. Wellicht door de afmeting van de speakers en het feit dat het
afstralingspunt vrij laag is komt het geluid niet meer tot zijn recht achter in
zo'n grote en vooral volle zaal. Niet te vergelijken met de huiskamer dus
wellicht ook niet objectief. Naast de productie van luidsprekers is Ed ook leverancier
van Harmonix tuning producten. Harmonix is een Japanse fabrikant en maakt
kabels, tuningvoeten en andere producten om de apparatuur aan de luisterruimte
aan te passen. De werking berust op het principe om de aanwezige storende
resonanties naar het onhoorbare spectrum te verplaatsen, waardoor deze geen of
minder invloed meer hebben op het originele muziekgeluid. Harmonix tweak Na de pauze begint Ed met het ‘tunen’ door de luidsprekers
op voetjes te zetten. Sommigen horen verschil, maar ik weet niet zeker of er
een verschil te beluisteren is. Ik schrijf dit dan toe aan psychologie
aangezien ik bij dergelijke tweaks een overduidelijk resultaat wil horen. De
hersenen bedriegen ons maar al te graag en ik zou zeker niet in een blinde test
kunnen aanwijzen naar welke situatie ik luister. Dan komen er grote voeten
onder de eindversterkers. Logischerwijs zou je daar minder resultaat van
verwachten aangezien een eindversterker niet zo gevoelig is voor resonanties.
Niet bij deze aanpassing. Het is ongelooflijk, maar het geluidsbeeld neemt
duidelijk toe in grootte, de instrumenten klinken echter en natuurlijker en het
geluid is prettiger om naar te luisteren. Dit is werkelijk het grootste effect
wat ik ooit bij een dergelijke tweak heb gehoord. Er verdwijnen nog meer
voetjes onder de apparaten, en elke keer lijkt het geluid er beter op te
worden. Na verloop van tijd worden alle voetjes weggehaald, en zijn we weer
terug bij af. Letterlijk en figuurlijk. Er zit duidelijk minder ruimte in het
geluid en het realisme is een heel stuk weg. Toch wil ik hier een kanttekening
bij maken. Hoe groot is het verschil als je er dagelijks naar luistert. Zou je
blind het verschil ook nog kunnen aanwijzen. Onze hersenen willen nu eenmaal
ook bepaalde zaken horen en als je ziet dat er iets verandert wordt zal het ook
wel beter klinken. Of een blinde test hetzelfde resultaat oplevert zou ik niet
met zekerheid durven zeggen. Daarnaast is het de vraag of je in de dagelijkse
praktijk met voetjes meer geniet van de muziek dan zonder. De enige manier is
dus zelf uitproberen voor een langere periode. Daar komt bij dat deze voetjes
niet goedkoop zijn. Een paar honderd euro tot een kleine duizend euro voor een
set voetjes is gewoon heel veel geld. Toch is een ander apparaat niet altijd in
staat om dergelijke verschillen of verbeteringen te laten horen als deze
voetjes. Het kan tot opmerkelijke resultaten leiden, maar is sterk afhankelijk
van de omstandigheden en apparatuur. Proberen dus. Tot slot wil ik mijn lof uitspreken over de luidsprekers. Ik
vind het echt een hele goede luidspreker waarnaar we hebben geluisterd. Als een
luidspreker met toch "verouderde" apparatuur zoveel muziek kan
voortbrengen heb je in mijn ogen (oren) te maken met een topper. De speaker
kost 2.800,- euro voor een paar en gezien de hoge kwaliteit is dat zeker niet
teveel. Wel oppassen met de gecombineerde elektronica. Te softe elektronica kan
tot een duf geheel leiden. Ed Kuhuwael Gebruikte apparatuur: ·
Daluso Dutch basic XL ·
Sphinx Project 9 mkI cd-speler ·
Sphinx Project 12 mkI eindversterkers ·
Harmonix HS-101 luidspreker kabel ·
Harmonix HS-101 RCA interlink ·
Harmonix X-DC StudioMaster PowerCord (cd-speler) ·
Harmonix X-DC2 PowerCord (eindversterkers) Website: Theo Wubbolts, hoofdredacteur
van Hifi Video Test
Thema: Een muzikaal verhaal
over “hoe te luisteren naar muziek”. Theo Wubbolts Deze keer verwelkomen wij Theo Wubbolts, hoofdredacteur
van het bekende audio/videoblad HVT. Hij houdt een lezing over “hoe te
luisteren naar muziek”. Theo bezit veel audio- en muziekkennis opgedaan
gedurende vele jaren werkzaam te zijn in verschillende functies zoals bij een
hifi-winkel, bij een platenlabel en vele jaren bij een audioimporteur.
Bovendien maakt Wubbolts ook al heel lang eigen professionele muziekopnamen.
Hierdoor kent hij de muziek/audio zowel aan de kant van de opname als aan die
van de weergave. Hij weet als geen ander hoezeer de opname het eindresultaat en
dus ook de weergave (thuis) bepaalt. Theo zal de invloed van de gebruikte
microfoontechniek uitleggen en aantonen hoe de luisteraar via de weergave van
de opgenomen muziek een bepaalde opnametechniek kan beoordelen. Wat kan er
allemaal fout gaan op de weg van de ruwe opname tot het herscheppen van de
muziek bij u thuis? Dit wordt duidelijk gemaakt aan de hand van een aantal
duidelijke voorbeelden afkomstig van uit eigen collectie en van CD’s en LP’s. De muziekinstallatie bestaat deze avond uit componenten
afkomstig van diverse bestuursleden. De samenstelling doet er niet zoveel toe:
het ging vanavond om de muziek. Dat het thema van Theo leeft
bij de club bleek wel uit de grote opkomst aan leden! De zaal liep gezellig
vol. Theo zelf had een stagiair van HVT meegenomen, te weten Jaap Feenstra. Na
een korte introductie van henzelf maakte Theo melding van een kabeldag
georganiseerd door HVT in het volgende weekeinde. Daarna liet Wubbolts snel het
eerste stukje muziek horen: een langspeelplaat van een oude opname van Bert
Kaempfert (een 45 toeren persing met 4 nummers). Dit bleek (later) een een hoog
jeugdsentiment-gehalte te hebben, ook bij de aanwezige clubleden. Het is
opvallend hoe fris deze oude opname nu klinkt, maar tegelijk ook gedateerd door
het overdreven stereobeeld. Theo verontschuldigde zich
nog voor het feit dat hij gedurende deze avond veelal klassieke muziek ten
gehore zal brengen. Dit is geen waardeoordeel over de muziek, maar voor zijn
doel is klassiek nu eenmaal het beste geschikt: akoestische instrumenten veelal
in één keer opgenomen op locatie. Popmuziek is meestal veel meer geproduceerd
en ligt daarmee veel verder weg van de realiteit van ‘levende muziek’. De
invloed van de opnametechniek is daarbij vaak onderschikt gemaakt aan de
productie achteraf, het bereiken van een bepaalde sound, of wat dan ook. Theo zette gelijk de toon
voor de rest van zijn betoog: een boeiend verhaal met een duidelijke rode draad
over de overwegingen en dilemma’s waar de opnametechnicus voor staat en de
toegepaste techniek bij het maken van de muziekopnamen. Dit doorspekte hij met
anekdotes en treffende muzikale voorbeelden. Hierbij onderstreepte hij de
invloed van bepaalde opname- of muziekparameters. Theo weet de aandacht van het
voltallige publiek goed vast te houden. Er ontstaat gaandeweg een levendige
sfeer met discussies over de (on)hoorbaarheid van een en ander. De toehoorders
moeten sowieso goed blijven opletten bij de diverse muziekfragmenten, want Theo
stelt vanavond inhoudelijke vragen over de muziekweergave. Uiteindelijk kan hiermee
zelfs een ‘oorkonde’ worden verdiend...! Aan de hand van opnamen vanaf
twee test-CD’s, de eerste uit 1955 en de tweede soortgelijke uit 1981, wordt
door Theo duidelijk gemaakt dat ook datgene wat wij onder ‘this is high
fidelity’ verstaan, in de loop van de tijd steeds aan verandering onderhevig
is. Wie kent niet het “My voice should be at the centre of both loudspeakers”
en dergelijke met vet Amerikaans accent doorspekte parameters uit de zestiger
jaren? Hierna volgen een serie
opnamen die parameters bestrijken zoals nagalm (teveel, te weinig),
doorzichtigheid, balans en de aanwezigheid van mogelijke stoorsignalen.
Tenslotte wordt de directe invloed van de gekozen microfoontechniek hoorbaar
gemaakt. Een opname in de Notre Dame
in York illustreert hoe een op zich prima opzet voor een opname toch de mist in
kan gaan door een teveel aan (natuurlijke) galm. Het orgel is overduidelijk
aanwezig, maar de lange geluidsgolven van het orgel worden door de grote ruimte
nauwelijks gedempt en klinken dus lang na. Het orgelgeluid hobbelt hierdoor
hoorbaar steeds achter de rest van de muziek aan en zorgt bovendien via
interferentie met het oorspronkelijke geluid voor een versmeerd, onprettig
geluidsbeeld. Dat het ook andersom kan
bewijst een opname van cellosonates van Saint-Saëns, een gortdroog
stereoplaatje wordt ons deel. De diepe en warme klank van de cello ontbreekt
vrijwel geheel, maar alles staat er wel ‘netjes’ op. Theo’s eigen opname van de
pianist Murray Perahia in het Concertgebouw Amsterdam laat horen hoe belangrijk
de afstand van de microfoon tot een solo-instrument kan zijn: te grote afstand
levert een warrig, onduidelijk plaatje op. Dat doorzichtigheid in een
opname soms onvermoede nuances blootlegt toonde ons een opname op Hungaraton
van de ‘Hongaarse Dansen’ van Brahms. De oplettende luisteraars wisten de
waarschijnlijk als extraatje toegevoegde cymbaal feilloos te ontwaren uit het
klankbeeld. Uw verslaggever hoorde het instrument wel, maar wist niet dat die
er eigenlijk niet in thuis hoort. Het feit dat in een ander deel het opstaan
van de violist hoorbaar zou zijn ontging veel van de luisteraars. Dit leek
samen te hangen met de luisterpositie. Theo liet nog twee uitersten
horen op het gebied van doorzichtigheid. Een opname van een Zweeds koor met het
Swedish Radio Orchestra was heel moeilijk te volgen en dat lag niet aan het
gebruik van het Zweeds. Hoewel dat laatste natuurlijk niet hielp... Dan was een
leuke opname “Komt Vrienden In Het Ronden” van het Nederlands Kamerkoor van
bewerkte oude Nederlandse volksliedjes een stuk beter te verstaan. Je merkt wel
dat een bekende taal sneller verstaanbaar is. Weer terug naar Theo’s eigen
opnamen in de Doelen met het Rotterdams Philharmonisch Orkest plus koor via een
zogenaamde kerstprom uit 2004. Onder leiding van de bekende dirigent John
Dankworth raakt op een gegeven moment de balans totaal zoek doordat hij
spontaan inspeelt op het aanwezige publiek en dus onverwachte dingen doet. En
daar was Theo in zijn vooraf bepaalde en geoefende opnamesituatie niet op voorbereid.
Bij een live-opname valt daar natuurlijk hoegenaamd niets meer aan te doen. Na de pauze laat Theo horen
hoe alles kan kloppen bij een track van een opname van Britten’s Youngs
Person’s Guide To The Orchestra. Dan is het de beurt van de stoorzenders die
een opname kunnen ruïneren. Zoals de ruis en motorgeluid van een videocamera
als er simultane videoopnamen worden gemaakt. Een opname van Murray Perehia
dient hierbij als voorbeeld waar een hoog ruisniveau te horen is. Een stukje
van Glenn Gould in de Goldberg Variations laat horen hoe het ook kan. Een eigen opname van John
Adam’s ‘A short ride in a fast machine’ sluit zijn betoog af. Theo vertelt dat hij de
laatste tijd opneemt in 24bit/96kHz op een 4GB Flash card. Een hele verandering
met vroeger. In de loop van de meer dan driehonderd opnamen in de Doelen heeft
hij al doende leren opnemen. Hij raad de luisteraars aan maar eens op pad te
gaan met twee microfoons en een klein recordertje om te ervaren welke
onverwachte resultaten je hiermee kunt boeken. Tenslotte gaan wij op voor de
finale test: eenzelfde muziekstuk, simultaan opgenomen met drie verschillende
typen microfoons. De microfoons verschillen in opbouw en karakteristiek,
waardoor de drie stereoparen een opvallend verschil in klankbeeld registreren.
Het betrof een A-B type Bruel & Kjaer en een Sennheiser omni-directionele
condensatormicrofoons, maar met een presetvoorkeur ‘presence’ voor geluid van
voren. Plus nog een paar Sennheiser ‘achten’, dus met de bekende en
veelgebruikte achtvormige karakteristiek. Aan ons de taak de
verschillende paren te onderkennen in de weergave van de muziekopname. Geen
sinecure, hoewel er duidelijke verschillen waarneembaar waren. In de notities
staan opmerkingen als een heel ruimtelijk, luchtig klankbeeld met de condensatormicrofoons
van Sennheiser en de meeste details leken door de achten van het zelfde merk te
zijn vastgelegd. Ongeacht de gehoorde verschillen verdiende iedereen een
‘oorkonde’ volgens Theo. Hij sloot zijn muzikale bijdrage af met nog een nummer
van Bert Kaempfert – een van zijn ‘favorieten’ naar wij nu weten. Daarna ontspon zich nog een
discussie over de huidige opgroeiende groep luisteraars, de MP3 c.q.
iPod-generatie. Die beschouwen muziek als vluchtig amusement. Soms meer
gebruikt als ‘wall of sound’. Theo vond het de verantwoordelijkheid van de
opvoeders om deze voor hifi ‘verloren’ generatie te laten zien en vooral horen
wat echte high fidelity betekent. René Olivier NB Het was een verademing om
weer eens een avond mee te maken waarbij de liefde voor de muziek op de
voorgrond staat en de vele beperkingen van het (re)productieproces glashelder
werden gepresenteerd. Al is de hifi-set ultra high-end (of super low-end) en al
heb je daarvoor het hele huis verbouwt vanwege de optimalisering van de akoestiek,
uiteindelijk staat of valt het allemaal met het primaire proces: de registratie
van de muzikale prestatie - red.
verslag van de ACV bijeenkomst Woensdag 20 december 2006
verslag van de ACV bijeenkomst Woensdag 15 november 2006
daarvan. Door hem ben ik toen ongeveer 20 jaar geleden serieus aan het bouwen
geslagen van o.a. transmissionline luidsprekers. Naast de set heeft Klaas ook
een analyzer + equalizer meegebracht. Momenteel is hij bezig met een onderzoek
naar “room-correction” om het geluidsbeeld verder te verbeteren. Klaas gelooft
dat daar nog meer eer aan te behalen valt. Elke luisterruimte heeft zo zijn
akoestische problemen, waardoor sommige frequenties harder klinken of andere juist
achterblijven in het totale geluidsbeeld. Door middel van een meetsysteem,
bestaande uit een meetmicrofoon, een analyzer en een parametrische equalizer,
kan de set afgeregeld worden op de luisteromgeving.
Na de pauze worden de grote Soundstone 30 luidsprekers aangesloten en
wederom ingemeten en afgeregeld. Via de analyzer zie je al dat je met andere
luidsprekers te maken heb, doordat de respons er anders uitziet. De Soundstone
30 heeft sinds het vorige optreden bij onze club een kleine modificatie
ondergaan. Er zit nu een spoel in het filter van de woofer, waardoor er wat
meer rust in het geluidsbeeld is ontstaan. Klaas had het gevoel dat de 30 cm
woofer wat te ver doorliep in het midden gebied, waardoor de wooferconus
gevoelig werd voor opbreking. Bovendien onstonden er teveel reflecties in de
baskast. De hogere (mid)frequenties worden nu met een rustige 6db per/octaaf
afgefilterd. De Soundstone 30 is, net als de kleine SoundStone 16.5
overigens, een kritisch afgestemd reflexsysteem. Dat wil zeggen, dat de
reflexpoort alleen is aangebracht om de woofer te ontlasten door werk van hem
over te nemen bij de systeemresonantie (en zo vervorming te verminderen), maar
dat het niet de bedoeling is om via de poort de bas versterkt weer te geven. Ook
nu merk ik dat aan de goed gecontroleerde laagweergave. Kenmerk van een goede
laagweergave is, dat het laag eigenlijk helemaal niet mag opvallen. En dat doen
de Soundstone 30 dan ook uitstekend!
is natuurlijk een zaak van persoonlijke appreciatie! Wellicht hebben
degenen gelijk die zeggen dat je eerst moet proberen om de natuurlijke
akoestiek zoveel mogelijk moet verbeteren, en dat je elektronische
maatregelen alleen moet inzetten wanneer er met natuurlijke
maatregelen niets meer aan te verbeteren valt... en er toch nog heel
storende akoestische fenomenen overblijven: dreunen, gonzen,
flutterecho's en zo.
verslag van de ACV bijeenkomst Woensdag 18 oktober 2006
Philips luidsprekers AD5046 ook uit 1959.
Thorens TD160 draaitafel met TP16 arm en Philips GP412 mk III mm element uit 1974
Een Philips CD104 speler, één van de eerste series.
En alles is in orginele staat.



verslag van de ACV bijeenkomst Woensdag 20 september 2006
verslag van de ACV bijeenkomst Woensdag 21 juni 2006
verslag van de ACV bijeenkomst Woensdag 17 mei 2006
verslag van de ACV bijeenkomst Woensdag 19 april 2006
verslag van de ACV bijeenkomst Woensdag 15 maart 2006
verslag van de ACV bijeenkomst Woensdag 15 februari 2006